Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Donderdag 18 mei 2017

 

MatthŽus 11:7-8

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Als nu dezen heengingen, heeft Jezus tot de scharen begonnen te zeggen van Johannes: Wat zijt gij uitgegaan in de woestijn te aanschouwen? Een riet, dat van den wind ginds en weder bewogen wordt? Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een mens, met zachte klederen bekleed? Ziet, die zachte [klederen] dragen, zijn in der koningen huizen."

"Terwijl zij weggingen, begon Jezus tot de mensen te spreken over Johannes: 'Toen u naar de woestijn ging, wat verwachtte u toen te zien? Een rietstengel heen en weer bewogen door de wind? Nee! Maar wat dan wel? Iemand in prachtige kleren? Maar mensen die zo gekleed gaan, wonen in paleizen!"

"Toen ze weer vertrokken, begon Jezus met de mensen over Johannes te spreken: 'Waar zijn jullie in de woestijn naar gaan kijken? Naar het wuiven van het riet in de wind? Wat zijn jullie dan gaan zien? Een mens die rijk gekleed ging? Welnee, wie rijk gekleed is, verkeert in koninklijke kringen."

"Toen ze weer vertrokken, begon Jezus met de mensen over Johannes te spreken: 'Waar zijn jullie in de woestijn naar gaan kijken? Naar het wuiven van het riet in de wind? Wat zijn jullie dan gaan zien? Een mens die rijk gekleed ging? Welnee, wie rijk gekleed is, verkeert in koninklijke kringen."

"Toen de discipelen van Johannes weggingen, zei Jezus tegen de mensen die om Hem heen stonden: "U bent in de woestijn geweest om Johannes te zien. Wat dacht u eigenlijk van hem? Dat hij een riet was, dat wuift in de wind? Of dacht u iemand met dure kleren te zullen zien, zoals aan het hof van een koning?"

 

Overdenking van vandaag:

Jezus' antwoord aan de discipelen van Johannes impliceerde niet dat Jezus slecht dacht over Johannes, zijn dienen of zijn geloof. Waar Johannes zich het meeste zorgen om maakte, was Gods wil en Gods komende Koninkrijk. Hij werd niet beÔnvloed door de publieke opinie of het verlangen naar persoonlijke aanvaarding. Johannes was niet bezorgd over het maken van een standpunt met zijn kleding of met een eenvoudig leven. Johannes' kleding, locatie en trouw aan Gods waarheid geven aan dat hij past in de traditie van de profeten van het Oude Testament. Zelfs meer dan dat; Johannes is bereid om afstand te doen van zijn leven om de weg voor de Messias voor te bereiden en om tot iedereen te spreken over de waarheid, zelfs koning Herodes. Johannes was Gods boodschapper, voor een bijzondere tijd, als antwoord op bijzondere profetische boodschappen en voor een speciale doelgroep hunkerend naar Gods woord. Voor ons staat Johannes als een geweldige herinnering aan twee belangrijke waarheden: 1 - waarheid is belangrijker dan het leven, en 2 - aanzien is gevonden in het dienen van God.

 

Gebed:

Genadig Vader, geef me de moed om uw waarheid in liefde te spreken, te staan voor wat goed is ongeacht de opinie van de oppositie of het publiek en om u te dienen zonder mijn situatie in het leven af te wegen. Ik wil mijn leven voor uw Koninkrijk leven en niet voor mezelf. Aan u behoort alle roem, eer en lof voor uw Koninkrijk en uw barmhartigheid en wat u kunt! In Jezus' naam. Amen.

 

Contekst: MatthŽus 11:1-19

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En het is geschied, toen Jezus geeindigd had Zijn twaalf discipelen bevelen te geven, dat Hij van daar voortging, om te leren en te prediken in hun steden. En Johannes, in de gevangenis gehoord hebbende de werken van Christus, zond twee van zijn discipelen; En zeide tot hem: Zijt Gij Degene, Die komen zou, of verwachten wij een anderen? En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes weder, hetgeen gij hoort en ziet: De blinden worden ziende, en de kreupelen wandelen; de melaatsen worden gereinigd, en de doven horen; de doden worden opgewekt, en den armen wordt het Evangelie verkondigd. En zalig is hij, die aan Mij niet zal geergerd worden. Als nu dezen heengingen, heeft Jezus tot de scharen begonnen te zeggen van Johannes: Wat zijt gij uitgegaan in de woestijn te aanschouwen? Een riet, dat van den wind ginds en weder bewogen wordt? Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een mens, met zachte klederen bekleed? Ziet, die zachte [klederen] dragen, zijn in der koningen huizen. Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een profeet? Ja, Ik zeg u, ook veel meer dan een profeet. Want deze is het, van dewelken geschreven staat: Ziet, Ik zende Mijn engel voor Uw aangezicht, die Uw weg bereiden zal voor U heen. Voorwaar zeg Ik u: onder degenen, die van vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan meerder dan Johannes de Doper; doch die de minste is in het Koninkrijk der hemelen, is meerder dan hij. En van de dagen van Johannes den Doper tot nu toe, wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan, en de geweldigers nemen hetzelve met geweld. Want al de profeten en de wet hebben tot Johannes toe geprofeteerd. En zo gij het wilt aannemen, hij is Elias, die komen zou. Wie oren heeft om te horen, die hore. Doch waarbij zal Ik dit geslacht vergelijken? Het is gelijk aan de kinderkens, die op de markten zitten, en hun gezellen toeroepen. En zeggen: Wij hebben u op de fluit gespeeld, en gij hebt niet gedanst; wij hebben u klaagliederen gezongen, en gij hebt niet geweend. Want Johannes is gekomen, noch etende, noch drinkende, en zij zeggen: Hij heeft den duivel. De Zoon des mensen is gekomen, etende en drinkende, en zij zeggen: Ziet daar, een Mens, [Die] een vraat en wijnzuiper [is], een Vriend van tollenaren en zondaren. Doch de Wijsheid is gerechtvaardigd geworden van Haar kinderen."

"Dit alles droeg Jezus zijn twaalf leerlingen op. Toen hij uitgesproken was, ging hij weg om in de steden van de Joden onderricht te geven en het grote nieuws te verkondigen. Toen Johannes, die nog steeds in de gevangenis zat, hoorde wat de Christus allemaal deed, stuurde hij een paar van zijn leerlingen naar hem toe om te vragen: 'Bent u het die komen zou of moeten we een ander verwachten?' Jezus antwoordde hun: 'Ga Johannes vertellen wat jullie horen en zien: blinden zien, verlamden lopen, melaatsen worden rein, doven horen, doden worden opgewekt en het evangelie wordt gebracht aan de armen. Gelukkig wie zijn geloof in mij niet opgeeft!' Terwijl zij weggingen, begon Jezus tot de mensen te spreken over Johannes: 'Toen u naar de woestijn ging, wat verwachtte u toen te zien? Een rietstengel heen en weer bewogen door de wind? Nee! Maar wat dan wel? Iemand in prachtige kleren? Maar mensen die zo gekleed gaan, wonen in paleizen! Waarom ging u dan naar de woestijn? Om een profeet te zien? Ja! En ik zeg u: u zag meer dan een profeet. Want hij is het over wie de Schrift zegt: Ik stuur mijn gezant voor u uit om voor u de weg te effenen. Geloof mij, een groter mens dan Johannes de Doper heeft er nooit geleefd. Toch is de geringste in het hemelse koninkrijk groter dan hij. Vanaf het ogenblik dat Johannes de Doper optrad tot nu toe heeft het hemelse koninkrijk het zwaar te verduren; geweldige machten proberen het in hun greep te krijgen. De wet van Mozes en alle profeten tot aan Johannes hebben gesproken over het koninkrijk. En als u het wilt aannemen, weet dan: hij is Elia die komen moest. Wie oren heeft, moet ook luisteren! Waarmee zal ik de mensen van nu vergelijken? Ze lijken op kinderen die spelen op het marktplein, en de ene groep roept tot de andere: We speelden voor jullie op de fluit en jullie wilden niet dansen; we zongen een klaaglied en jullie wilden niet treuren. Want Johannes komt, hij eet niet en drinkt niet, en iedereen zegt: Die man is bezeten. Maar de Mensenzoon komt, hij eet en drinkt wel en iedereen zegt: Kijk eens, een veelvraat en een drinker, die bovendien omgaat met tollenaars en zondaars! Maar Gods wijsheid zal blijken uit haar daden.'"

"En het geschiedde, toen Jezus zijn bevelen aan zijn twaalf discipelen ten einde had gebracht, dat Hij vandaar vertrok om te leren en te prediken in hun steden. Johannes nu hoorde in de gevangenis de werken van de Christus en liet Hem door zijn discipelen de vraag overbrengen: Zijt Gij het, die komen zou, of hebben wij een ander te verwachten? En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij hoort en ziet: blinden worden ziende en lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen en doden worden opgewekt en armen ontvangen het evangelie. En zalig is wie aan Mij geen aanstoot neemt. Terwijl dezen heengingen, begon Jezus tot de scharen te zeggen van Johannes: Wat zijt gij in de woestijn gaan aanschouwen? Een riet, door de wind bewogen? Maar wat zijt gij gaan zien? Een mens in weelderige kleding? Zie, die weelderige kleding dragen, zijn aan de hoven der koningen. Maar waarom zijt gij dan gegaan? Om een profeet te zien? Ja, Ik zeg u, zelfs meer dan een profeet. Deze is het, van wie geschreven staat: Zie, Ik zend mijn bode voor uw aangezicht uit, die uw weg voor U heen bereiden zal. Voorwaar, Ik zeg u, onder hen, die uit vrouwen geboren zijn, is er niemand opgestaan, groter dan Johannes de Doper, maar de kleinste in het Koninkrijk der hemelen is groter dan hij. Sinds de dagen van Johannes de Doper tot nu toe breekt het Koninkrijk der hemelen zich baan met geweld en geweldenaars grijpen ernaar. Want al de profeten en de wet hebben geprofeteerd tot Johannes toe; en indien gij het wilt aanvaarden: Hij is Elia, die komen zou. Wie oren heeft, die hore! Doch waarmede zal Ik dit geslacht vergelijken? Het is gelijk aan kinderen, die op de markten zitten en de anderen toeroepen: Wij hebben voor u op de fluit gespeeld en gij hebt niet gedanst; wij hebben klaagliederen gezongen en gij hebt geen misbaar gemaakt. Want Johannes is gekomen, niet etende en niet drinkende, en zij zeggen: Hij heeft een boze geest. De Zoon des mensen is gekomen, wel etende en drinkende, en zij zeggen: Zie, een vraatzuchtig mens en een wijndrinker, een vriend van tollenaars en zondaars. En de wijsheid is gerechtvaardigd op grond van haar werken."

"Toen Jezus uitgesproken was en de twaalf leerlingen zijn opdrachten had gegeven, trok hij weer verder om in hun steden onderricht te geven en er het goede nieuws te verkondigen. Toen Johannes in de gevangenis over het optreden van de messias hoorde, stuurde hij enkele van zijn leerlingen naar hem toe met de vraag: 'Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?' Jezus antwoordde: 'Zeg tegen Johannes wat jullie horen en zien: blinden kunnen weer zien en verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt. Gelukkig is degene die aan mij geen aanstoot neemt.' Toen ze weer vertrokken, begon Jezus met de mensen over Johannes te spreken: 'Waar zijn jullie in de woestijn naar gaan kijken? Naar het wuiven van het riet in de wind? Wat zijn jullie dan gaan zien? Een mens die rijk gekleed ging? Welnee, wie rijk gekleed is, verkeert in koninklijke kringen. Maar wat zijn jullie dan wel gaan zien? Een profeet? Jazeker, zeg ik jullie, en zelfs meer dan een profeet. Hij is degene over wie geschreven staat: "Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal een weg voor je banen." Ik verzeker jullie: er is onder allen die uit een vrouw geboren zijn nooit iemand opgetreden die groter was dan Johannes de Doper; maar in het koninkrijk van de hemel is de kleinste nog groter dan hij. Sinds de dagen van Johannes de Doper wordt het koninkrijk van de hemel door geweld bedreigd en proberen sommigen er zelfs met geweld beslag op te leggen. Want de profetieŽn van alle profeten en van de wet reiken tot de dagen van Johannes. En voor wie het wil aannemen: hij is Elia die komen zou. Laat wie oren heeft goed luisteren! Waarmee zal ik de mensen van deze generatie vergelijken? Ze lijken op kinderen die op het marktplein zitten en elkaar toeroepen: "Toen we voor jullie op de fluit speelden, wilden jullie niet dansen, toen we een klaaglied zongen, wilden jullie niet rouwen." Want toen Johannes kwam, en niet at en dronk, zei men: "Hij is door een demon bezeten." Nu is de Mensenzoon gekomen, hij eet en drinkt wel, en nu zegt men: "Kijk toch eens, wat een veelvraat, wat een dronkaard, die vriend van tollenaars en zondaars." En toch is de Wijsheid door heel haar optreden in het gelijk gesteld.'"

"Nadat Jezus Zijn twaalf discipelen had gezegd wat zij moesten doen, ging Hij weg om in verschillende steden te spreken. Johannes de Doper, die nu in de gevangenis zat, hoorde over alle wonderen die Christus deed. Daarom stuurde hij zijn discipelen naar Hem toe met de vraag: "Jezus, bent U het op wie wij hebben gewacht? Of moeten wij uitkijken naar iemand anders?" Jezus antwoordde: "Ga terug naar Johannes en vertel hem over de wonderen die u Mij hebt zien doen. Blinden zijn gaan zien en verlamden lopen weer. Melaatsen zijn genezen en doven kunnen nu horen. Doden zijn weer levend gemaakt en arme mensen luisteren naar de blijde boodschap. Gelukkig is degene die Mij accepteert zoals Ik ben." Toen de discipelen van Johannes weggingen, zei Jezus tegen de mensen die om Hem heen stonden: "U bent in de woestijn geweest om Johannes te zien. Wat dacht u eigenlijk van hem? Dat hij een riet was, dat wuift in de wind? Of dacht u iemand met dure kleren te zullen zien, zoals aan het hof van een koning? Of een profeet van God? Ja, een profeet! En mťťr dan een profeet! Want hij is de man over wie (in het boek van Maleachi) is geschreven. Hij is de heraut, die voor Mij zou uitgaan om mijn komst aan te kondigen. Onthoud dit: Van alle mensen die ooit geboren zijn, is niemand groter dan Johannes de Doper. Toch is de kleinste in het Koninkrijk van de hemelen groter dan hij! Sinds de dag dat Johannes de Doper zijn werk begon tot nu toe proberen talloze mensen het Koninkrijk van de hemelen binnen te dringen. Want zowel Mozes als de profeten hebben gezegd dat het zou komen. En tenslotte verscheen Johannes. Of u het nu wilt geloven of niet, hij is de Elia die volgens de profeet Maleachi verwacht moest worden. Onthoud dit goed! Wat kan Ik over u zeggen? U bent net kinderen die buiten spelen en tegen hun vriendjes zeggen: 'We hebben fluit gespeeld en jullie wilden niet eens dansen. Toen hebben we klaagliederen gezongen en jullie wilden niet eens treuren.' Want Johannes de Doper drinkt geen wijn en eet vaak niet, en u zegt: 'Hij is bezeten.' Ik eet en drink wel, en u moppert: 'Hij is een veelvraat en een drinkebroer; een vriend van tolontvangers en slechte mensen!' De praktijk zal wel uitwijzen of u gelijk hebt!"

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

17 mei 2017 MatthŽus 11:6
16 mei 2017 MatthŽus 11:4-5
15 mei 2017 MatthŽus 11:2-3
14 mei 2017 MatthŽus 11:1
13 mei 2017 MatthŽus 10:42
12 mei 2017 MatthŽus 10:40-41
11 mei 2017 MatthŽus 10:38-39
 

Home