Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Maandag 24 april 2017

 

MatthŽus 9:27-31

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En als Jezus van daar voortging, zijn Hem twee blinden gevolgd, roepende en zeggende: [Gij] Zone Davids, ontferm U onzer! En als Hij in huis gekomen was, kwamen de blinden tot Hem. En Jezus zeide tot hen: Gelooft gij, dat Ik dat doen kan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heere! Toen raakte Hij hun ogen aan, zeggende: U geschiede naar uw geloof. En hun ogen zijn geopend geworden. En Jezus heeft hun zeer gestrengelijk verboden, zeggende: Ziet, dat niemand het wete. Maar zij, uitgegaan zijnde, hebben Hem ruchtbaar gemaakt door dat gehele land."

"Toen Jezus vandaar verder ging, liepen twee blinden achter hem aan. Ze riepen: 'Zoon van David, heb medelijden met ons!' Toen hij thuisgekomen was, kwamen de twee blinden naar hem toe. 'Gelooft u dat ik u kan helpen?' vroeg hij hun. 'Zeker, Heer,' antwoordden ze. Hij raakte hun ogen aan en zei: 'Wat u gelooft, zal gebeuren.' En ze konden weer zien. 'Denk erom, laat niemand dit te weten komen!' zei hij streng. Maar zij maakten na hun vertrek zijn naam bekend in de hele omgeving."

"Toen Jezus van daar verderging, volgden hem twee blinden die luidkeels riepen: 'Heb medelijden met ons, Zoon van David!' En nadat hij een huis was binnengegaan, kwamen de blinden naar hem toe. Jezus vroeg hun: 'Gelooft u dat ik dit kan doen?' Ze antwoordden: 'Zeker, Heer!' Daarop raakte hij hun ogen aan en zei: 'Zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren.' En hun ogen gingen open. Jezus waarschuwde hen uitdrukkelijk: 'Zorg ervoor dat niemand het te weten komt!' Maar na hun vertrek verspreidden ze het nieuws over hem in de hele omgeving."

"Toen Jezus van daar verderging, volgden hem twee blinden die luidkeels riepen: 'Heb medelijden met ons, Zoon van David!' En nadat hij een huis was binnengegaan, kwamen de blinden naar hem toe. Jezus vroeg hun: 'Gelooft u dat ik dit kan doen?' Ze antwoordden: 'Zeker, Heer!' Daarop raakte hij hun ogen aan en zei: 'Zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren.' En hun ogen gingen open. Jezus waarschuwde hen uitdrukkelijk: 'Zorg ervoor dat niemand het te weten komt!' Maar na hun vertrek verspreidden ze het nieuws over hem in de hele omgeving."

"Op de terugweg naar KapernaŁm liepen twee blinde mannen achter Hem aan. "Zoon van David!" schreeuwden zij. "Heb toch medelijden met ons!" Toen Jezus het huis inging, liepen de blinden gewoon met Hem mee naar binnen. "Gelooft u dat Ik uw ogen kan genezen?" vroeg Hij. "Ja, Here," antwoordden zij. Hij raakte hun ogen aan en zei: "Wat u gelooft, zal gebeuren." En zij konden zien! Jezus zei dat zij er beslist met niemand over mochten praten. Maar zij konden het niet voor zich houden en vertelden overal in de omgeving wat Jezus voor hen had gedaan."

 

Overdenking van vandaag:

Nogmaals, Jezus toont zijn kracht door te genezen en te herstellen. Gebaseerd op het geloof, getoond door de twee blinde mannen, genas Jezus hen. Maar let ook op de zinnen "Nadat Jezus naar binnen ging" en "Vertel niemand hierover." Terwijl Jezus krachtig was, werd zijn macht gebruikt om zijn medeleven en zorg te tonen, niet om volgelingen te winnen.  

MatteŁs herinnert ons er telkens weer aan dat het volgen van Jezus inhoudt dat we zijn opdrachten doen. Jezus, als God met ons - onze ImmanuŽl, draait om het leren en medeleven tonen. Het mengen van deze twee is de kunst van trouw christelijk dienen.

 

Gebed:

Almachtige en ontzagwekkende God, u bent glorieus en u hebt gekozen om die glorie te openbaren met zowel kracht als mededogen. Gebruik uw Geest om mij een hart van mededogen te geven en om mij te laten zien hoe je een overwinnend christelijke leven leidt. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: MatthŽus 9:27-10:4

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En als Jezus van daar voortging, zijn Hem twee blinden gevolgd, roepende en zeggende: [Gij] Zone Davids, ontferm U onzer! En als Hij in huis gekomen was, kwamen de blinden tot Hem. En Jezus zeide tot hen: Gelooft gij, dat Ik dat doen kan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heere! Toen raakte Hij hun ogen aan, zeggende: U geschiede naar uw geloof. En hun ogen zijn geopend geworden. En Jezus heeft hun zeer gestrengelijk verboden, zeggende: Ziet, dat niemand het wete. Maar zij, uitgegaan zijnde, hebben Hem ruchtbaar gemaakt door dat gehele land. Als dezen nu uitgingen, ziet, zo brachten zij tot Hem een mens, die stom en van den duivel bezeten was. En als de duivel uitgeworpen was, sprak de stomme. En de scharen verwonderden zich, zeggende: Er is nooit desgelijks in Israel gezien! Maar de Farizeen zeiden: Hij werpt de duivelen uit door den overste der duivelen. En Jezus omging al de steden en vlekken, lerende in hun synagogen, en predikende het Evangelie des Koninkrijks, en genezende alle ziekte en alle kwale onder het volk. En Hij, de scharen ziende, werd innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, gelijk schapen, die geen herder hebben. Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot; maar de arbeiders zijn weinige; Bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote. En Zijn twaalf discipelen tot Zich geroepen hebbende, heeft Hij hun macht gegeven over de onreine geesten, om dezelve uit te werpen, en om alle ziekte en alle kwale te genezen. De namen nu der twaalf apostelen zijn deze: de eerste, Simon, gezegd Petrus, en Andreas, zijn broeder; Jakobus, de [zoon] van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder; Filippus en Bartholomeus; Thomas en Mattheus, de tollenaar; Jakobus, de [zoon] van Alfeus, en Lebbeus, toegenaamd Thaddeus; Simon Kananites, en Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft."

"Toen Jezus vandaar verder ging, liepen twee blinden achter hem aan. Ze riepen: 'Zoon van David, heb medelijden met ons!' Toen hij thuisgekomen was, kwamen de twee blinden naar hem toe. 'Gelooft u dat ik u kan helpen?' vroeg hij hun. 'Zeker, Heer,' antwoordden ze. Hij raakte hun ogen aan en zei: 'Wat u gelooft, zal gebeuren.' En ze konden weer zien. 'Denk erom, laat niemand dit te weten komen!' zei hij streng. Maar zij maakten na hun vertrek zijn naam bekend in de hele omgeving. Toen ze weg waren, werd er een man bij hem gebracht die bezeten was en niet kon praten. Zodra de demon was uitgedreven, kon de man weer spreken. De menigte stond verbaasd: 'Zoiets is in IsraŽl nog nooit gebeurd!' Maar de FarizeeŽn zeiden: 'Die macht om de demonen uit te drijven heeft hij van hun aanvoerder.' Zo trok Jezus rond door alle steden en dorpen. Hij onderwees de mensen in hun synagogen, verkondigde hun het grote nieuws over het koninkrijk en genas hen van alle ziekten en kwalen. Bij het zien van de menigte, was hij zeer met hen begaan, want ze waren als schapen zonder herder, opgejaagd en verzwakt. Toen zei hij tegen zijn leerlingen: 'De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders. Vraag de heer van het land dus of hij arbeiders stuurt om zijn oogst binnen te halen.' Jezus riep zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om onreine geesten uit te drijven en alle ziekten en kwalen te genezen. Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: in de eerste plaats Simon, bijgenaamd Petrus; dan zijn broer Andreas; Jakobus, de zoon van ZebedeŁs, en zijn broer Johannes; Filippus en BartolomeŁs; Tomas en de tollenaar MatteŁs; Jakobus, de zoon van AlfeŁs, en TaddeŁs; Simon KananeŁs en Judas Iskariot, die Jezus heeft uitgeleverd."

"En terwijl Jezus vandaar verder ging, volgden Hem twee blinden, al roepende en zeggende: Heb medelijden met ons, Zoon van David! En toen Hij het huis was binnengegaan, kwamen de blinden tot Hem, en Jezus zeide tot hen: Gelooft gij, dat Ik dit doen kan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Here. Toen raakte Hij hun ogen aan en zeide: U geschiede naar uw geloof. En hun ogen gingen open. En Jezus verbood hun ten strengste en zeide: Ziet toe, niemand mag dit weten! Maar zij gingen heen en maakten Hem in die gehele streek bekend. Terwijl zij heengingen, zie, men bracht een doofstomme bezetene bij Hem. En nadat de boze geest was uitgedreven, sprak de doofstomme. En de scharen verbaasden zich en zeiden: Zo iets is nog nooit in Israel voorgekomen! Maar de Farizeeen zeiden: Door de overste der boze geesten drijft Hij de geesten uit. En Jezus ging alle steden en dorpen langs en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal. Toen Hij de scharen zag, werd Hij met ontferming over hen bewogen, daar zij voortgejaagd en afgemat waren, als schapen die geen herder hebben. Toen zeide Hij tot zijn discipelen: De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Bidt daarom de Heer van de oogst, dat Hij arbeiders uitzende in zijn oogst. En Hij riep zijn twaalf discipelen tot Zich en gaf hun macht over onreine geesten om die uit te drijven en om alle ziekte en alle kwaal te genezen. En dit zijn de namen van de twaalf apostelen: vooreerst Simon, genaamd Petrus, en Andreas, zijn broeder; en Jakobus, de zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder; Filippus en Bartolomeus; Tomas en Matteus, de tollenaar; Jakobus, de zoon van Alfeus en Taddeus; Simon de Zeloot en Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft."

"Toen Jezus van daar verderging, volgden hem twee blinden die luidkeels riepen: 'Heb medelijden met ons, Zoon van David!' En nadat hij een huis was binnengegaan, kwamen de blinden naar hem toe. Jezus vroeg hun: 'Gelooft u dat ik dit kan doen?' Ze antwoordden: 'Zeker, Heer!' Daarop raakte hij hun ogen aan en zei: 'Zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren.' En hun ogen gingen open. Jezus waarschuwde hen uitdrukkelijk: 'Zorg ervoor dat niemand het te weten komt!' Maar na hun vertrek verspreidden ze het nieuws over hem in de hele omgeving. Terwijl ze het huis weer verlieten, bracht men iemand bij hem die bezeten was en niet kon spreken. Nadat de demon was uitgedreven, begon de stomme te spreken. De mensenmassa stond versteld, men zei: 'Zoiets hebben we in IsraŽl nog nooit gezien!' Maar de FarizeeŽn zeiden: 'Het is dankzij de vorst der demonen dat hij demonen kan uitdrijven.' Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal. Toen hij de mensenmenigte zag, voelde hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder. Hij zei tegen zijn leerlingen: 'De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders. Vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.' Daarop riep hij zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om onreine geesten uit te drijven en iedere ziekte en elke kwaal te genezen. Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: als eerste Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas, Jakobus, de zoon van ZebedeŁs, en zijn broer Johannes, Filippus en BartolomeŁs, Tomas en de tollenaar MatteŁs, Jakobus, de zoon van AlfeŁs, en TaddeŁs, en ten slotte Simon KananeŁs en Judas Iskariot, die hem zou uitleveren."

"Op de terugweg naar KapernaŁm liepen twee blinde mannen achter Hem aan. "Zoon van David!" schreeuwden zij. "Heb toch medelijden met ons!" Toen Jezus het huis inging, liepen de blinden gewoon met Hem mee naar binnen. "Gelooft u dat Ik uw ogen kan genezen?" vroeg Hij. "Ja, Here," antwoordden zij. Hij raakte hun ogen aan en zei: "Wat u gelooft, zal gebeuren." En zij konden zien! Jezus zei dat zij er beslist met niemand over mochten praten. Maar zij konden het niet voor zich houden en vertelden overal in de omgeving wat Jezus voor hen had gedaan. Hij stond op het punt weer te vertrekken, toen er een stomme man bij Hem werd gebracht. De man kon niet spreken, omdat er een boze geest in hem zat, die dat verhinderde. Jezus joeg die geest uit de man weg en toen kon hij weer spreken. De mensen stonden versteld. "Zoiets hebben wij nog nooit gezien!" riepen zij uit. Maar de FarizeeŽrs zeiden: "Geen wonder dat Hij de boze geesten kan wegsturen. De duivel zelf helpt Hem daarbij!" Jezus ging alle steden en dorpen van dat gebied langs en sprak in de synagogen. Overal vertelde Hij de blijde boodschap van het Koninkrijk. Waar Hij ook kwam, genas Hij alle ziekten en kwalen. Hij was diep geroerd toen Hij zag hoe de mensen afgemat waren en zich geen raad wisten. Zij leken op een kudde schapen zonder herder. "Wat is de oogst toch groot!" zei Hij tegen Zijn discipelen. "En wat zijn er weinig arbeiders! Vraag de Landheer of Hij meer arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen." Jezus riep Zijn twaalf discipelen en gaf hun macht om boze geesten te verjagen en alle ziekten en kwalen te genezen. Dit zijn de namen van Zijn twaalf discipelen: Simon (ook wel Petrus genoemd) en diens broer Andreas, Jakobus en Johannes(-)allebei zonen van ZebedeŁs, Filippus en BartholomeŁs, Thomas en MattheŁs (de tolontvanger), Jakobus (de zoon van AlfeŁs) en ThaddeŁs, Simon de Zeloot en Judas Iskariot (door wie Jezus is verraden)."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

23 april 2017 MatthŽus 9:23-26
22 april 2017 MatthŽus 9:18-22
21 april 2017 MatthŽus 9:18-19
20 april 2017 MatthŽus 9:16-17
19 april 2017 MatthŽus 9:14-15
18 april 2017 MatthŽus 9:13
17 april 2017 MatthŽus 9:10-12
 

Home