Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Woensdag 22 februari 2017

 

MatthŽus 5:23-24

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Zo gij dan uw gave zult op het altaar offeren, en aldaar gedachtig wordt, dat uw broeder iets tegen u heeft; Laat daar uw gave voor het altaar, en gaat heen, verzoent u eerst met uw broeder, en komt dan en offert uw gave."

"Als u uw offergave naar het altaar brengt en u herinnert zich daar dat een ander iets tegen u heeft, laat dan uw offergave voor het altaar staan; ga het eerst met die ander goedmaken en kom dan terug om uw offergave te brengen."

"Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen."

"Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen."

"Stel dat u in de tempel voor het altaar staat om God een offer te brengen. Als u zich daar dan herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft, moet u het offer naast het altaar laten liggen. Ga eerst naar uw broeder, maak het met hem in orde en breng daarna pas uw offer aan God."

 

Overdenking van vandaag:

Wanneer we in oog komen te staan met aanbidding, worden we gedwongen te erkennen dat wij voor God staan, rechtvaardig en acceptabel voor hem enkel dankzij zijn vergeving, barmhartigheid en genade. Hoe durven we te proberen hem te aanbidden en zijn vergeving, barmhartigheid en genade te ontvangen wanneer we problemen hebben met anderen in onze koninkrijk-familie!  

De bijbel is eenduidig over Gods wil dat we goed met elkaar omgaan als we met hem een goed leven willen leiden. In de tien geboden zijn er vier geboden die zich richten op de Heer en zes die zich richten op onze relaties met elkaar. De profeten benadrukten dat God de aanbidding haat van de mensen die anderen slecht behandelen of uitbuiten. Jezus benadrukte dat we niet konden worden vergeven als we zelf niet vergevingsgezind zijn. Hij zegt zelfs dat wij zullen worden beoordeeld met dezelfde normen waarmee wij anderen oordelen.  

Ongeacht hoe roerend, hoe inspirerend, hoe "geestelijk" onze erediensten mogen lijken, als we kwaad tegen elkaar hebben of een ander pijn gedaan hebben in onze familie van het koninkrijk en niet proberen te verzoenen zal God niet instemmen met onze aanbidding.

 

Gebed:

Barmhartige Vader, vergeef me voor mijn haatdragendheid, het zeggen van onaardige dingen en het ongevoelig zijn voor de pijn die ik heb veroorzaakt bij uw kinderen. Ik stop met het geven van alle kritiek en geef elk oordeel tegen mijn broeders en zusters in Christus op en beloof om met hen te leven in uw koninkrijk op een manier die een afspiegeling is van uw barmhartigheid en genade. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: MatthŽus 5:21-26

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Gij hebt gehoord, dat [tot] de ouden gezegd is: Gij zult niet doden; maar zo wie doodt, [die] zal strafbaar zijn door het gericht. Doch Ik zeg u: Zo wie te onrecht op zijn broeder toornig is, die zal strafbaar zijn door het gericht; en wie tot zijn broeder zegt: Raka! die zal strafbaar zijn door den groten raad; maar wie zegt: Gij dwaas! die zal strafbaar zijn door het helse vuur. Zo gij dan uw gave zult op het altaar offeren, en aldaar gedachtig wordt, dat uw broeder iets tegen u heeft; Laat daar uw gave voor het altaar, en gaat heen, verzoent u eerst met uw broeder, en komt dan en offert uw gave. Weest haastelijk welgezind [jegens] uw wederpartij, terwijl gij nog met hem op den weg zijt; opdat de wederpartij niet misschien u den rechter overlevere, en de rechter u den dienaar overlevere, en gij in de gevangenis geworpen wordt. Voorwaar, Ik zeg u: Gij zult daar geenszins uitkomen, totdat gij den laatsten penning zult betaald hebben."

"'U hebt gehoord dat tegen uw voorouders gezegd is: U mag niet doden. Wie iemand doodt, moet zich verantwoorden voor de rechtbank. Maar ik zeg u: ieder die kwaad is op een ander, moet zich voor de rechtbank verantwoorden. Als iemand een ander uitmaakt voor idioot, moet hij zich verantwoorden voor de Hoge Raad, en als iemand een ander uitmaakt voor gek, moet hij ervoor boeten in het hellevuur. Als u uw offergave naar het altaar brengt en u herinnert zich daar dat een ander iets tegen u heeft, laat dan uw offergave voor het altaar staan; ga het eerst met die ander goedmaken en kom dan terug om uw offergave te brengen. Probeer het tijdig met uw tegenpartij eens te worden, als u nog met hem op weg bent naar de rechter. Anders zou hij u aan de rechter kunnen overdragen, en de rechter aan de cipier, en de cipier zou u gevangenzetten. En ik verzeker u: u komt er niet uit voor u de laatste cent hebt betaald.'"

"Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doodslaan; en: Wie doodslag pleegt, zal vervallen aan het gerecht. Maar Ik zeg u: Een ieder, die in toorn leeft tegen zijn broeder, zal vervallen aan het gerecht. Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan het hellevuur. Wanneer gij dan uw gave brengt naar het altaar en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, laat uw gave daar, voor het altaar, en ga eerst heen, verzoen u met uw broeder en kom en offer daarna uw gave. Wees vriendelijk jegens uw tegenpartij, tijdig, terwijl gij nog met hem onderweg zijt, opdat uw tegenpartij u niet aan de rechter overlevere en de rechter aan zijn dienaar en gij in de gevangenis wordt geworpen. Voorwaar, Ik zeg u: Gij zult daar voorzeker niet uitkomen, voordat gij de laatste penning hebt betaald."

"Jullie hebben gehoord dat destijds tegen het volk is gezegd: "Pleeg geen moord. Wie moordt, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht." En ik zeg zelfs: ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht. Wie tegen hen "Nietsnut!" zegt, zal zich moeten verantwoorden voor het Sanhedrin. Wie "Dwaas!" zegt, zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan. Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen. Leg een geschil snel bij, terwijl je nog met je tegenstander onderweg bent, anders levert hij je uit aan de rechter, draagt de rechter je over aan de gerechtsdienaar en word je gevangengezet. Ik verzeker je: dan kom je niet vrij voor je ook de laatste cent betaald hebt."

"Vroeger zei men: 'Wie iemand vermoordt, moet sterven.' Maar Ik ga verder. Ik zeg: Als u kwaad bent op uw broeder, wordt u veroordeeld. Als u hem uitscheldt, moet u voor God terechtstaan. Stel dat u in de tempel voor het altaar staat om God een offer te brengen. Als u zich daar dan herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft, moet u het offer naast het altaar laten liggen. Ga eerst naar uw broeder, maak het met hem in orde en breng daarna pas uw offer aan God. Zorg ervoor dat u het op tijd eens wordt met uw schuldeiser. Want als hij u voor het gerecht sleept, wordt u misschien wel in de gevangenis gegooid. En daar komt u pas weer uit als u de laatste cent betaald hebt."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

21 februari 2017 MatthŽus 5:21-22
20 februari 2017 MatthŽus 5:20
19 februari 2017 MatthŽus 5:19
18 februari 2017 MatthŽus 5:18
17 februari 2017 MatthŽus 5:17
16 februari 2017 MatthŽus 5:14-16
15 februari 2017 MatthŽus 5:13
 

Home