Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Maandag 6 februari 2017

 

MatthŽus 5:1-2

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En [Jezus], de schare ziende, is geklommen op een berg, en als Hij nedergezeten was, kwamen Zijn discipelen tot Hem. En Zijn mond geopend hebbende, leerde Hij hen, zeggende:"

"Toen Jezus al die mensen zag, ging hij de berg op. Hij ging zitten en zijn leerlingen kwamen bij hem. Hij nam het woord en begon hen te onderwijzen:"

"Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen. Hij nam het woord en onderrichtte hen:"

"Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen. Hij nam het woord en onderrichtte hen:"

"Op een dag, toen er weer heel veel mensen naar Hem toe kwamen, liep Jezus de berg op en ging zitten. Zijn discipelen kwamen bij Hem. Hij onderwees hun:"

 

Overdenking van vandaag:

Een bepaalde eigenschap kan een familie omschrijven. Veel leden van het gezin kunnen worden onderscheiden door deze bijzondere eigenschap. Het kan een fysiek prominente functie zijn. Het kan een zin zijn of een manier om dingen te zeggen. Het kunnen bepaalde tradities zijn. Het kan een vergelijkbare nerveuze tic zijn.  

De Bergrede (die begint met de volgende paar verzen) gaat over de familie van Gods koninkrijk. Degenen die erin wonen - of nog beter - het leven, delen een gemeenschappelijk karakter dat toont dat de Vader in de hemel over hun hart heerst. Degenen die de Bergrede horen zijn de menigte, maar degenen die luisteren, die erdoor gedefinieerd worden zijn de discipelen. Zij zijn het die het karakter en de instelling van Jezus in de praktijk brengen, niet omdat het ťťn of andere wet is waar ze zich aan moeten houden, maar omdat dit de aard van een Vader reflecteert van wie ze houden.

 

Gebed:

Genadig en almachtig God, ik dank u dat u mij in uw familie gebracht hebt. Mag mijn leven het licht van uw glorie weerspiegelen en het karakter van uw heiligheid. Ik wil uw gerechtigheid de overheersende positie laten hebben in mijn leven. Dus ik kom en zit aan de voeten van Jezus om te leren hoe ik moet leven op een manier waarmee ik u eer en u weerspiegel. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: MatthŽus 5:1-16

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En [Jezus], de schare ziende, is geklommen op een berg, en als Hij nedergezeten was, kwamen Zijn discipelen tot Hem. En Zijn mond geopend hebbende, leerde Hij hen, zeggende: Zalig [zijn] de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Zalig [zijn] die treuren; want zij zullen vertroost worden. Zalig [zijn] de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beerven. Zalig [zijn] die hongeren en dorsten [naar] de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden. Zalig [zijn] de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden. Zalig [zijn] de reinen van hart; want zij zullen God zien. Zalig [zijn] de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden. Zalig [zijn] die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Zalig zijt gij, als u [de] [mensen] smaden, en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil. Verblijdt en verheugt [u]; want uw loon [is] groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten, die voor u [geweest] [zijn]. Gij zijt het zout der aarde; indien nu het zout smakeloos wordt, waarmede zal [het] gezouten worden? Het deugt nergens meer toe, dan om buiten geworpen, en van de mensen vertreden te worden. Gij zijt het licht der wereld; een stad boven op een berg liggende, kan niet verborgen zijn. Noch steekt men een kaars aan, en zet die onder een koornmaat, maar op een kandelaar, en zij schijnt allen, die in het huis [zijn]; Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken."

"Toen Jezus al die mensen zag, ging hij de berg op. Hij ging zitten en zijn leerlingen kwamen bij hem. Hij nam het woord en begon hen te onderwijzen: 'Gelukkig zij die zich arm weten voor God: voor hen is het hemelse koninkrijk. Gelukkig zij die verdriet hebben: God zal hen troosten. Gelukkig zij die zachtmoedig zijn: zij zullen het land in bezit krijgen. Gelukkig zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid: God zal hen verzadigen. Gelukkig zij die met anderen medelijden hebben: God zal ook met hen medelijden hebben. Gelukkig zij die een zuiver hart hebben: zij zullen God zien. Gelukkig zij die zich inzetten voor vrede: God zal hen zijn kinderen noemen. Gelukkig zij die vervolgd worden omdat ze Gods wil doen: voor hen is het hemelse koninkrijk. Gelukkig bent u als men u uitscheldt, u vervolgt en u op allerlei manieren belastert, omdat u volgelingen van mij bent: juich van blijdschap, want een grote beloning staat u te wachten in de hemel. Zo heeft men vroeger ook de profeten vervolgd.' 'U bent het zout voor de aarde. Als het zout zijn kracht verliest, is er niets om het weer zout te maken. Het deugt nergens meer voor. Je kunt het alleen nog maar weggooien op straat, waar de mensen eroverheen lopen. U bent het licht voor de wereld. Een stad die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. En men steekt geen olielamp aan om haar onder een korenmaat te zetten, maar men zet haar op de standaard. Dan straalt zij licht uit voor allen die in huis zijn. Zo moet u ook uw licht laten uitstralen voor de mensen. Dan kunnen zij het goede zien dat u doet, en zullen zij uw Vader in de hemel eer bewijzen.'"

"Toen Hij nu de scharen zag, ging Hij de berg op en nadat Hij Zich had nedergezet, kwamen zijn discipelen tot Hem. En Hij opende zijn mond en leerde hen, zeggende: Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden. Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beerven. Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden. Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien. Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden. Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil. Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij de profeten voor u vervolgd. Gij zijt het zout der aarde; indien nu het zout zijn kracht verliest, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe dan om weggeworpen en door de mensen vertreden te worden. Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn. Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken."

"Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen. Hij nam het woord en onderrichtte hen: 'Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden. Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten. Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien. Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vůůr jullie de profeten. Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt. Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel."

"Op een dag, toen er weer heel veel mensen naar Hem toe kwamen, liep Jezus de berg op en ging zitten. Zijn discipelen kwamen bij Hem. Hij onderwees hun: "Gelukkig zijn zij die nederig zijn, want het Koninkrijk van de hemelen is voor hen bestemd. Gelukkig zijn zij die verdriet hebben, want zij zullen getroost worden. Gelukkig zijn de zachtmoedigen, want de aarde is voor hen. Gelukkig zijn de mensen die ernaar hunkeren dat Gods wil wordt uitgevoerd, want zij zullen volkomen tevreden worden gesteld. Gelukkig zijn de mensen met een liefdevol en helpend hart, want zij zullen zelf liefde ontmoeten en hulp ontvangen. Gelukkig zijn de mensen die eerlijk en oprecht zijn, want zij zullen God zien. Gelukkig zijn de mensen die vrede brengen, want zij zullen zonen van God worden genoemd. Gelukkig zijn de mensen die vervolgd worden omdat zij Gods wil doen, want het Koninkrijk van de hemelen is voor hen. Gelukkig bent u als u beledigingen, vervolgingen, leugens en laster te verdragen krijgt omdat u bij Mij hoort. Wees er blij om en jubel het uit! Want in de hemel ligt een geweldige beloning voor u klaar. Vroeger zijn de profeten immers ook zo vervolgd. U bent het zout dat de wereld leefbaar moet houden. Maar als u uw invloed verliest, wat moet er dan van de wereld worden? Weet u waar u dan nog goed voor bent? Om weggegooid en vertrapt te worden. U bent het licht van de wereld; een hoog gelegen stad die straalt in de nacht, kan iedereen zien. Men steekt immers geen lamp aan om er vervolgens een emmer overheen te zetten? Die lamp moet toch op een kandelaar staan en licht geven voor iedereen in huis? Laat daarom ook uw licht voor alle mensen schijnen. Als zij dan de goede dingen zien die u doet, zullen zij uw hemelse Vader eren."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

5 februari 2017 MatthŽus 4:25
4 februari 2017 MatthŽus 4:24
3 februari 2017 MatthŽus 4:23
2 februari 2017 MatthŽus 4:21-22
1 februari 2017 MatthŽus 4:17-20
31 januari 2017 MatthŽus 4:14-16
30 januari 2017 MatthŽus 4:12-13
 

Home