Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Zaterdag 21 januari 2017

 

MatthŽus 3:11-12

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Ik doop u wel met water tot bekering; maar Die na mij komt, is sterker dan ik, Wiens schoenen ik niet waardig ben [Hem] [na] te dragen; Die zal u met den Heiligen Geest en met vuur dopen. Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren, en Zijn tarwe in Zijn schuur samenbrengen, en zal het kaf met onuitblusselijk vuur verbranden."

"Ik doop u met water als teken van een nieuw leven. Maar hij die na mij komt, is veel machtiger dan ik. Ik ben het zelfs niet waard om zijn sandalen aan te pakken. Hij zal u dopen met heilige Geest en met vuur. Hij scheidt het kaf van het koren en veegt zijn dorsvloer aan; het koren slaat hij op in zijn schuur, maar het kaf verbrandt hij in onblusbaar vuur.'"

"Ik doop jullie met water ten teken van jullie nieuwe leven, maar na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om zijn sandalen voor hem te dragen. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur; hij houdt de wan in zijn hand, hij zal zijn dorsvloer reinigen en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal hij verbranden in onblusbaar vuur.'"

"Ik doop jullie met water ten teken van jullie nieuwe leven, maar na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om zijn sandalen voor hem te dragen. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur; hij houdt de wan in zijn hand, hij zal zijn dorsvloer reinigen en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal hij verbranden in onblusbaar vuur.'"

"Ik doop met water als teken van de bekering. Straks komt er Iemand, die veel belangrijker is dan ik. Ik ben het niet eens waard Zijn slaaf te zijn. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur. Hij staat klaar om het kaf van het koren te scheiden. Het koren zal Hij opslaan in de schuur. Maar het kaf zal Hij verbranden in een vuur dat nooit uitgaat."

 

Overdenking van vandaag:

De meeste discussies over deze passage zijn toegespitst op de vraag of brand vonnis of zuivering betekent. Allerlei aanwijzingen worden onderzocht. De kennis is verdeeld. Dus wat denk jij dat het is? Mijn antwoord is "Beide! Het vonnist en zuivert."  

Uit deze passage en de parallellen, denk ik dat Johannes de Doper waarschijnlijk wilde dat we beide punten zouden horen. Wij zullen worden beoordeeld op basis van wat we beslissen betreffende Jezus. Als we ervoor kiezen om Jezus te geloven en in hem vertrouwen, zal de Heilige Geest ook ons zuiveren. Jezus roept ons tot zuiverheid, maar meer dan dat, hij reinigt en zuivert ons door en door wanneer hij zijn Geest over ons uitstort. (Zie Titus 3:3-7).

 

Gebed:

Dierbare Vader, vergeef me voor alles wat ik verkeerd gedaan heb en reinig mij grondig door de heiligmakende kracht van uw Heilige Geest. Bovendien, dierbare Vader, vertrouw ik op de kracht van de Geest om me te helpen de verleiding tot zonde te overwinnen. Dank u dat u mij niet alleen reinigt, maar ook voor het feit dat ik door kan blijven leven door de kracht van uw Geest. In de naam van Jezus Christus bid ik. Amen.

 

Contekst: MatthŽus 3:1-17

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En in die dagen kwam Johannes de Doper, predikende in de woestijn van Judea, En zeggende: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Want deze is het, van denwelken gesproken is door Jesaja, den profeet, zeggende: De stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren, maakt Zijn paden recht! En dezelve Johannes had zijn kleding van kemelshaar, en een lederen gordel om zijn lenden; en zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honig. Toen is tot hem uitgegaan Jeruzalem en geheel Judea, en het gehele land rondom de Jordaan; En werden van hem gedoopt in de Jordaan, belijdende hun zonden. Hij dan, ziende velen van de Farizeen en Sadduceen tot zijn doop komen, sprak tot hen: Gij adderengebroedsels! wie heeft u aangewezen te vlieden van den toekomenden toorn? Brengt dan vruchten voort, der bekering waardig. En meent niet bij u zelven te zeggen: Wij hebben Abraham tot een vader; want ik zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken. En ook is alrede de bijl aan den wortel der bomen gelegd; alle boom dan, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. Ik doop u wel met water tot bekering; maar Die na mij komt, is sterker dan ik, Wiens schoenen ik niet waardig ben [Hem] [na] te dragen; Die zal u met den Heiligen Geest en met vuur dopen. Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren, en Zijn tarwe in Zijn schuur samenbrengen, en zal het kaf met onuitblusselijk vuur verbranden. Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan, tot Johannes, om van hem gedoopt te worden. Doch Johannes weigerde Hem zeer, zeggende: Mij is nodig van U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij? Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Laat nu af; want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij van Hem af. En Jezus, gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water; en ziet, de hemelen werden Hem geopend, en hij zag den Geest Gods nederdalen, gelijk een duive, en op Hem komen. En ziet, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!"

"In die tijd begon Johannes de Doper in de woestijn van Judea met zijn verkondiging: 'Begin een nieuw leven, want het hemelse koninkrijk is dichtbij.' Over deze Johannes sprak de profeet Jesaja toen hij zei: Iemand roept in de woestijn: Maak vrij de weg van de Heer, maak recht zijn paden. Johannes droeg kleren van kameelhaar en een leren riem om zijn middel, en leefde van sprinkhanen en honing van wilde bijen. Heel Jeruzalem liep naar hem uit, en ook heel Judea en heel de Jordaanstreek. De mensen lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, waarbij ze openlijk uitkwamen voor hun zonden. Ook veel FarizeeŽn en SadduceeŽn kwamen zich laten dopen. Maar toen Johannes dat zag, zei hij tegen hen: 'O jullie adders, wie heeft u op de gedachte gebracht dat u het komende oordeel kunt ontlopen? Toon maar door daden dat u een nieuw leven bent begonnen. Denk maar niet: Wij zijn nakomelingen van Abraham. Want ik zeg u: God kan uit deze stenen kinderen voor Abraham maken. De bijl ligt al aan de wortels van de bomen. Elke boom die geen goede vruchten voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur gegooid. Ik doop u met water als teken van een nieuw leven. Maar hij die na mij komt, is veel machtiger dan ik. Ik ben het zelfs niet waard om zijn sandalen aan te pakken. Hij zal u dopen met heilige Geest en met vuur. Hij scheidt het kaf van het koren en veegt zijn dorsvloer aan; het koren slaat hij op in zijn schuur, maar het kaf verbrandt hij in onblusbaar vuur.' Jezus ging van Galilea naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen. Maar Johannes probeerde hem te weerhouden: 'Ik zou door u gedoopt moeten worden, en u komt naar mij?' 'Laat me begaan,' antwoordde Jezus, 'want we moeten alles doen wat God van ons wil.' Toen liet Johannes hem begaan. Zodra Jezus gedoopt was en uit het water kwam, ging de hemel open en Johannes zag de Geest van God als een duif op hem neerdalen. En uit de hemel klonk een stem: 'Dit is mijn geliefde Zoon, de man naar mijn hart.'"

"In die dagen trad Johannes de Doper op en hij predikte in de woestijn van Judea, en zeide: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Hij toch is het, van wie door de profeet Jesaja gesproken werd, toen hij zeide: De stem van een, die roept in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, maakt recht zijn paden. Hij nu, Johannes, droeg een kleed van kameelhaar en een lederen gordel om zijn lendenen; en zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing. Toen liep Jeruzalem en heel Judea en de gehele Jordaanstreek tot hem uit, en zij lieten zich in de rivier, de Jordaan, door hem dopen, onder belijdenis van hun zonden. Toen hij nu zag, dat vele van de Farizeeen en Sadduceeen tot de doop kwamen, zeide hij tot hen: Adderengebroed, wie heeft u een wenk gegeven om de komende toorn te ontgaan? Brengt dan vrucht voort, die aan de bekering beantwoordt; en beeldt u niet in, dat gij bij uzelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham tot vader, want ik zeg u, dat God bij machte is uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken. Reeds ligt de bijl aan de wortel der bomen: iedere boom dan, die geen goede vruchten voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. Ik doop u met water tot bekering, maar Hij, die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben niet waardig Hem zijn schoenen na te dragen; die zal u dopen met de heilige Geest en met vuur. De wan is in zijn hand en Hij zal zijn dorsvloer geheel zuiveren en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur. Toen kwam Jezus uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes, om Zich door hem te laten dopen. Maar deze trachtte Hem daarvan terug te houden en zeide: Ik heb nodig door U gedoopt te worden en komt Gij tot mij? Jezus echter antwoordde en zeide tot hem: Laat Mij thans geworden, want aldus betaamt het ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij Hem geworden. Terstond nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij op uit het water. En zie, de hemelen openden zich, en hij zag de Geest Gods nederdalen als een duif en op Hem komen. En zie, een stem uit de hemelen zeide: Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb."

"In die tijd trad Johannes de Doper op in de woestijn van Judea. Hij verkondigde: 'Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!' Dit was de man over wie de profeet Jesaja sprak toen hij zei: 'Luid klinkt een stem in de woestijn: "Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden."' Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij voedde zich met sprinkhanen en wilde honing. Uit Jeruzalem, uit heel Judea en uit de omgeving van de Jordaan stroomden de mensen toe, en ze lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden. Toen hij zag dat veel FarizeeŽn en SadduceeŽn op zijn doop afkwamen, zei hij tegen hen: 'Addergebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het komende oordeel? Breng liever vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn, en denk niet dat je bij jezelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham als vader. Want ik zeg jullie: God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken! De bijl ligt al aan de wortel van de boom: iedere boom die geen goede vrucht draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. Ik doop jullie met water ten teken van jullie nieuwe leven, maar na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om zijn sandalen voor hem te dragen. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur; hij houdt de wan in zijn hand, hij zal zijn dorsvloer reinigen en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal hij verbranden in onblusbaar vuur.' Toen kwam Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan om door Johannes gedoopt te worden. Maar Johannes probeerde hem tegen te houden met de woorden: 'Ik zou door u gedoopt moeten worden, en dan komt u naar mij?' Jezus antwoordde: 'Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.' Toen stemde Johannes ermee in. Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor hem en zag hij hoe de Geest van God als een duif op hem neerdaalde. En uit de hemel klonk een stem: 'Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.'"

"Terwijl zij nog in Nazareth woonden, begon Johannes de Doper te preken in de woestijn van Judea. Hij riep iedereen toe: "Houd op met zondigen, want het Koninkrijk van de hemelen is vlakbij!" De profeet Jesaja doelde op deze man, toen hij honderden jaren eerder zei: "Luister! Ik hoor de stem van iemand die luidkeels roept: 'Baan voor de Here een weg in de wildernis; maak een rechte en vlakke weg door de woestijn'." Johannes droeg kleren van kameelhaar en had een leren riem om. Hij at sprinkhanen en honing van wilde bijen. De mensen kwamen van alle kanten naar hem toe; uit Jeruzalem, het Jordaandal en zelfs uit heel Judea. Ieder die zijn zonden beleed, werd door hem gedoopt in de rivier de Jordaan. Er kwamen ook verscheidene FarizeeŽrs en SadduceeŽrs naar hem toe om zich te laten dopen. Toen hij hen zag, begon hij hun de les te lezen. "Stelletje listige slangen!" riep hij. "Wie heeft u voor de wraak van God gewaarschuwd? Laat eerst maar eens in uw leven de gevolgen van de bekering zichtbaar worden. Denk nou maar niet dat u vrijuit gaat omdat u Joden bent. Want God kan zelfs deze stenen in Joden veranderen. De bijl van Gods oordeel ligt trouwens al onder de bomen. Elke boom die geen goede vruchten draagt, wordt omgehakt en verbrand. Ik doop met water als teken van de bekering. Straks komt er Iemand, die veel belangrijker is dan ik. Ik ben het niet eens waard Zijn slaaf te zijn. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur. Hij staat klaar om het kaf van het koren te scheiden. Het koren zal Hij opslaan in de schuur. Maar het kaf zal Hij verbranden in een vuur dat nooit uitgaat." Jezus verliet Galilea en ging naar Johannes om Zich ook door hem in de Jordaan te laten dopen. Maar Johannes wilde dat niet doen. "Ik moet door U worden gedoopt," protesteerde hij, "in plaats van U door mij." "Toch wil Ik dat je Mij doopt," antwoordde Jezus. "Want we moeten precies doen wat God van ons verlangt." Toen doopte Johannes Hem. Na gedoopt te zijn, klom Jezus meteen op de oever. De hemel scheurde open en Johannes zag dat de Geest van God in de vorm van een duif op Jezus neerdaalde. Een stem uit de hemel zei: "Dit is mijn geliefde Zoon; Hij verheugt mijn hart."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

20 januari 2017 MatthŽus 3:7-10
19 januari 2017 MatthŽus 3:5-6
18 januari 2017 MatthŽus 3:3-4
17 januari 2017 MatthŽus 3:1-2
16 januari 2017 MatthŽus 2:19-23
15 januari 2017 MatthŽus 2:19-20
14 januari 2017 MatthŽus 2:16-18
 

Home