Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Dinsdag 29 december 2020

 

Markus 16:7

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Doch gaat heen, zegt Zijnen discipelen, en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; aldaar zult gij Hem zien, gelijk Hij ulieden gezegd heeft."

"Maar ga nu en zeg tegen de leerlingen en tegen Petrus: Hij gaat jullie voor naar Galilea. Daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie gezegd heeft.'"

"Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: "Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd."'"

"Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: "Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd."'"

"Vertel Zijn discipelen en Petrus dat Jezus naar Galilea gaat. Daar zullen zij Hem ontmoeten, zoals Hij hun voor Zijn sterven al heeft gezegd."

 

Overdenking van vandaag:

Jezus was dienaar. Hij wilde dat zijn discipelen zijn dienen zouden voortzetten. Dus hij wilde dat ze zouden weten dat als ze in zijn naam dienden, dat hij met hen zou zijn. Ze zouden hem persoonlijk zien, opgestaan uit de dood na zijn opstanding, maar ze zouden hem ook kunnen "zien" na zijn hemelvaart door anderen te dienen. Jezus blijft doorgaan hun te ontmoeten op de plekken van dienen.  

Hoewel er in Markus niet de nadruk op werd gelegd, spreekt Matteüs over Jezus als Immanuël - God met ons. Dan herinnert Jezus zijn discipelen eraan dat zij zijn aanwezigheid zullen ervaren in hun vriendschap en aanbidding (Matt. 18:20), in hun dienstverlening aan mensen in nood (Matt. 25:27-30), en in het passeren van culturele grenzen om zijn lessen te delen met anderen (Matt. 28:18-20).  

Matteüs zal het komende jaar het uitgangspunt zijn van de "Wat Jezus deed!"-serie. Als we aan het einde van een jaar staan en uitkijken naar een nieuwe, laten we dan zowel Markus als Mattheüs gebruiken om ons eraan te herinneren dat Jezus ons zal ontmoeten op de plek van dienen!

 

Gebed:

Genadevolle, heilige en barmhartige God, gebruik mij als een instrument van uw vrede, genade en verzoening. Mag ik gevonden worden als een "vat ter ere"* - een hulpmiddel dat je kunt gebruiken om anderen te dienen. Ik weet, Vader, dat uw zoon aanwezig zal zijn als ik dien. Alstublieft, maak zijn aanwezigheid echt voor mij. In Jezus' naam bid ik. Amen. 

(* Deze zin komt uit oudere vertalingen van 2 Tim. 2:21, één van onze passages die deze overdenking ondersteunt).

 

Contekst: Markus 16:1-8

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En als de sabbat voorbijgegaan was, hadden Maria Magdalena, en Maria, de [moeder] van Jakobus, en Salome specerijen gekocht, opdat zij kwamen en Hem zalfden. En zeer vroeg op den eersten [dag] der week, kwamen zij tot het graf, als de zon opging; En zeiden tot elkander: Wie zal ons den steen van de deur des grafs afwentelen? (En opziende zagen zij, dat de steen afgewenteld was) want hij was zeer groot. En in het graf ingegaan zijnde, zagen zij een jongeling, zittende ter rechter [zijde], bekleed met een wit lang kleed, en werden verbaasd. Maar hij zeide tot haar: Zijt niet verbaasd; gij zoekt Jezus den Nazarener, Die gekruist was; Hij is opgestaan; Hij is hier niet; ziet de plaats, waar zij Hem gelegd hadden. Doch gaat heen, zegt Zijnen discipelen, en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; aldaar zult gij Hem zien, gelijk Hij ulieden gezegd heeft. En zij, haastelijk uitgegaan zijnde, vloden van het graf, en beving en ontzetting had haar bevangen; en zij zeiden niemand iets; want zij waren bevreesd."

"Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria van Magdala, Maria, de moeder van Jakobus, en Salome balsems om daarmee het lichaam van Jezus te zalven. Heel vroeg, op de eerste dag van de week, toen de zon opkwam, gingen ze naar het graf. Ze zeiden tegen elkaar: 'Wie moet de steen voor de ingang van het graf nu voor ons wegrollen?' Maar toen ze keken, ontdekten ze dat de steen was weggerold; hij was heel groot. Ze gingen de grafkamer binnen en zagen aan de rechterkant een jongeman zitten, in het wit gekleed. Ze stonden verstijfd van schrik, maar hij zei tegen hen: 'Schrik niet! U zoekt Jezus, uit Nazaret, die gekruisigd is. Hij is door God opgewekt, hij is hier niet. Kijk, dit is de plaats waar ze hem hadden neergelegd. Maar ga nu en zeg tegen de leerlingen en tegen Petrus: Hij gaat jullie voor naar Galilea. Daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie gezegd heeft.' Ze gingen naar buiten en vluchtten, weg van het graf, in grote verwarring. Ze trilden van angst. Ze vertelden er niemand iets van, zo bang waren ze."

"En toen de sabbat voorbij was, kochten Maria van Magdala en Maria [de moeder] van Jakobus, en Salome specerijen om Hem te gaan zalven. En zeer vroeg op de eerste dag der week gingen zij naar het graf, toen de zon opging. En zij zeiden tot elkander: Wie zal ons de steen afwentelen van de ingang van het graf? En toen zij opzagen, aanschouwden zij, dat de steen afgewenteld was; want hij was zeer groot. En toen zij in het graf gegaan waren, zagen zij een jongeling zitten aan de rechterzijde, bekleed met een wit gewaad, en ontsteltenis beving haar. Hij zeide tot haar: Weest niet ontsteld. Jezus zoekt gij, de Nazarener, de gekruisigde. Hij is opgewekt, Hij is hier niet; zie de plaats, waar zij Hem gelegd hadden. Maar gaat heen, zegt zijn discipelen en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; daar zult gij Hem zien, gelijk Hij u gezegd heeft. En zij gingen naar buiten en vluchtten van het graf, want siddering en ontzetting hadden haar bevangen. En zij zeiden niemand iets, want zij waren bevreesd."

"Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus, en Salome geurige olie om hem te balsemen. Op de eerste dag van de week gingen ze heel vroeg in de ochtend, vlak na zonsopgang, naar het graf. Ze zeiden tegen elkaar: 'Wie zal voor ons de steen voor de ingang van het graf wegrollen?' Maar toen ze opkeken, zagen ze dat de steen al was weggerold; het was een heel grote steen. Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk. Maar hij zei tegen hen: 'Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit Nazaret die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd. Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: "Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd."' Ze gingen naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan, want ze waren bevangen door angst en schrik. Ze waren zo erg geschrokken dat ze tegen niemand iets zeiden."

"De volgende avond, toen de sabbat voorbij was, kochten Maria van Magdala, Salomé en Maria, de moeder van Jakobus, kruiden om het lichaam van Jezus te balsemen. Op zondagmorgen, bij het opgaan van de zon, gingen zij naar het graf. Onderweg vroegen zij zich af hoe zij ooit die zware steen voor de opening konden wegrollen. Maar toen zij bij het graf kwamen, ontdekten zij dat de steen al weg was. Zij stapten het graf binnen en zagen rechts een jongeman zitten, met witte kleren aan. Ze stonden als aan de grond genageld. "Jullie hoeven niet zo te schrikken," zei hij tegen hen. "Jullie zoeken Jezus van Nazareth, Die gekruisigd is. Hij is hier niet meer, want Hij leeft weer! Kijk, daar heeft Hij gelegen. Vertel Zijn discipelen en Petrus dat Jezus naar Galilea gaat. Daar zullen zij Hem ontmoeten, zoals Hij hun voor Zijn sterven al heeft gezegd." Bevend van schrik en helemaal overstuur gingen zij het graf uit en zetten het op een lopen. Zij waren zo bang dat zij er met niemand over spraken."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

28 december 2020 Markus 16:6
27 december 2020 Markus 16:5-6
26 december 2020 Markus 16:4
25 december 2020 Markus 16:3
24 december 2020 Markus 16:2
23 december 2020 Markus 16:1
22 december 2020 Markus 15:47
 

Home