Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Maandag 24 juni 2019

 

Lukas 9:59-60

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Hij zeide tot een anderen: Volg Mij. Doch hij zeide: Heere, laat mij toe, dat ik heenga, en eerst mijn vader begrave. Maar Jezus zeide tot hem: Laat de doden hun doden begraven; doch gij, ga heen en verkondig het Koninkrijk Gods."

"Tegen een ander zei hij: 'Volg mij.' Maar die zei: 'Sta me toe eerst naar huis te gaan om mijn vader te begraven.' 'Laat de doden hun doden begraven,' zei Jezus, 'maar u moet het koninkrijk van God gaan verkondigen.' Weer"

"Tegen een ander zei hij: 'Volg mij!' Maar deze zei: 'Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.' Jezus zei tegen hem: 'Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij op weg om het koninkrijk van God te verkondigen.'"

"Tegen een ander zei hij: 'Volg mij!' Maar deze zei: 'Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.' Jezus zei tegen hem: 'Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij op weg om het koninkrijk van God te verkondigen.'"

"Jezus nodigde iemand anders uit met Hem mee te gaan. De man wilde wel, maar vroeg of hij eerst zijn vader mocht begraven. Jezus zei: "Laat het begraven van de doden maar over aan hen die niet met God leven. Wat u moet doen, is met Mij meegaan en de mensen vertellen dat God van hen houdt."

 

Overdenking van vandaag:

Christus volgen is onze eerste prioriteit. Niets moet ons in de weg staan. Betekent dit dat we onze verantwoordelijkheid voor onze familie moeten opgeven? Zeker niet! God maakt duidelijk dat de manier waarop we in ons gezin leven van cruciaal belang is voor onze discipelschap en onze leiderschap.  

Maar we gebruiken zo vaak aangelegenheden van het gezin als excuses voor het niet volgen in plaats van het combineren van gezinszaken met waarden en prioriteiten van het koninkrijk. Jezus moet op de eerste plaats komen. God en Zijn koninkrijk moet DE prioriteit zijn in ons gezin. Onze familie moet het eren van God als de primaire waarde zien die nageleefd wordt in ons eigen persoonlijk leven.

 

Gebed:

Geef me wijsheid, God, om u en uw koninkrijk DE primaire waarde van mijn huis te maken. Help me uw medeleven en uw heilige karakter te tonen in mijn omgang met mijn dierbaren. Help hen mij te zien als loyaal, trouw en hen ondersteunende, wetende dat de eerste trouw van mijn hart bij u ligt. In Jezus' naam. Amen.

 

Contekst: Lukas 9:51-62

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En het geschiedde, als de dagen Zijner opneming vervuld werden, zo richtte Hij Zijn aangezicht, om naar Jeruzalem te reizen. En Hij zond boden uit voor Zijn aangezicht; en zij, heengereisd zijnde, kwamen in een vlek der Samaritanen, om voor Hem [herberg] te bereiden. En zij ontvingen Hem niet, omdat Zijn aangezicht was [als] reizende naar Jeruzalem. Als nu Zijn discipelen, Jakobus en Johannes, [dat] zagen, zeiden zij: Heere, wilt Gij, dat wij zeggen, dat vuur van den hemel nederdale, en dezen verslinde, gelijk ook Elias gedaan heeft? Maar Zich omkerende, bestrafte Hij hen, en zeide: Gij weet niet van hoedanigen geest gij zijt. Want de Zoon des mensen is niet gekomen om der mensen zielen te verderven, maar om te behouden. En zij gingen naar een ander vlek. En het geschiedde op den weg, als zij reisden, dat een tot Hem zeide: Heere, ik zal U volgen, waar Gij ook heengaat. En Jezus zeide tot hem: De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge. En Hij zeide tot een anderen: Volg Mij. Doch hij zeide: Heere, laat mij toe, dat ik heenga, en eerst mijn vader begrave. Maar Jezus zeide tot hem: Laat de doden hun doden begraven; doch gij, ga heen en verkondig het Koninkrijk Gods. En ook een ander zeide: Heere, ik zal U volgen; maar laat mij eerst toe, dat ik afscheid neme van degenen, die in mijn huis zijn. En Jezus zeide tot hem: Niemand, die zijn hand aan den ploeg slaat, en ziet naar hetgeen achter is, is bekwaam tot het Koninkrijk Gods."

"Toen de tijd aanbrak dat God hem tot zich zou nemen, besloot Jezus naar Jeruzalem te gaan; hij stuurde boden vooruit. Deze kwamen bij een dorp van de Samaritanen; dat gingen zij in om voor onderdak te zorgen. Maar de mensen daar wilden Jezus niet ontvangen, omdat het doel van zijn reis Jeruzalem was. Toen twee van zijn leerlingen, Jakobus en Johannes, dat hoorden, vroegen ze: 'Heer, wilt u dat wij vuur van de hemel afroepen om hen te vernietigen?' Maar Jezus keerde zich naar hen om en verbood hun streng zo te spreken. En ze gingen verder, naar een ander dorp. Onderweg zei iemand tegen Jezus: 'Ik zal u volgen waar u ook heengaat.' 'Vossen hebben holen en vogels hebben nesten,' antwoordde hij, 'maar de Mensenzoon heeft nergens een plek waar hij zijn hoofd kan neerleggen.' Tegen een ander zei hij: 'Volg mij.' Maar die zei: 'Sta me toe eerst naar huis te gaan om mijn vader te begraven.' 'Laat de doden hun doden begraven,' zei Jezus, 'maar u moet het koninkrijk van God gaan verkondigen.' Weer een ander zei: 'Ik wil u volgen, Heer, maar sta me toe eerst afscheid te nemen van mijn familie.' Hem gaf Jezus ten antwoord: 'Wie gaat ploegen en daarbij achterom kijkt, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.'"

"En het geschiedde, toen de dagen van zijn opneming in vervulling gingen, dat Hij zijn aangezicht richtte om naar Jeruzalem te reizen, en Hij zond boden voor Zich uit. En zij gingen heen en kwamen in een dorp der Samaritanen om alles voor Hem gereed te maken. En zij ontvingen Hem niet, omdat zijn aangezicht gericht was naar Jeruzalem. Toen de discipelen Jakobus en Johannes dit bemerkten, zeiden zij: Here, wilt Gij, dat wij zeggen, dat vuur van de hemel zal nederdalen om hen te verteren? Doch Hij keerde Zich om en bestrafte hen. En zij gingen naar een ander dorp. En toen zij op weg waren, zeide iemand tot Hem: Ik zal U volgen, waar Gij ook heengaat. En Jezus zeide tot hem: De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen. En Hij zeide tot een ander: Volg Mij. Maar deze zeide: Sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven. Maar Hij zeide tot hem: Laat de doden hun doden begraven; maar ga gij heen en verkondig het Koninkrijk Gods. En weer een ander zeide: Ik zal U volgen, Here, maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten. Maar Jezus zeide [tot hem]: Niemand, die de hand aan de ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk Gods."

"Toen de tijd naderde dat Jezus van de aarde zou worden weggenomen, ging hij vastberaden op weg naar Jeruzalem. Hij stuurde boden voor zich uit. In een Samaritaans dorp, waar ze kwamen om zijn komst voor te bereiden, wilden de dorpelingen hem niet ontvangen, omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was. Toen de leerlingen Jakobus en Johannes merkten dat Jezus niet welkom was, vroegen ze: 'Heer, wilt u dat wij vuur uit de hemel afroepen dat hen zal verteren?' Maar hij draaide zich naar hen om en wees hen streng terecht. Ze gingen verder naar een ander dorp. Terwijl ze hun weg vervolgden, zei iemand tegen hem: 'Ik zal u volgen waarheen u ook gaat.' Jezus zei tegen hem: 'De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.' Tegen een ander zei hij: 'Volg mij!' Maar deze zei: 'Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.' Jezus zei tegen hem: 'Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij op weg om het koninkrijk van God te verkondigen.' Weer een ander zei: 'Ik zal u volgen, Heer, maar sta me toe dat ik eerst afscheid neem van mijn huisgenoten.' Jezus zei tegen hem: 'Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.'"

"De tijd van Zijn terugkeer naar God kwam steeds dichterbij. Jezus was vastbesloten naar Jeruzalem te gaan. Op een dag stuurde Hij enkele mannen vooruit naar een Samaritaans dorp om onderdak voor Hem te zoeken. Maar de mensen daar wilden niets te maken hebben met iemand die naar Jeruzalem ging. Toen Jakobus en Johannes dit hoorden, vroegen zij Jezus: "Meester, vindt U het goed dat wij vuur van de hemel laten komen om die mensen te verbranden?" Jezus keerde Zich om en zei dat zij zich moesten schamen. Daarna ging Hij verder naar een ander dorp. Onderweg kwam iemand naar Jezus toe. "Ik wil U volgen," zei hij. "Het doet er niet toe waarheen." "De vossen hebben een hol om in te wonen en vogels een nest. Maar Ik heb niet eens een plaats waar Ik kan uitrusten," antwoordde Jezus. Jezus nodigde iemand anders uit met Hem mee te gaan. De man wilde wel, maar vroeg of hij eerst zijn vader mocht begraven. Jezus zei: "Laat het begraven van de doden maar over aan hen die niet met God leven. Wat u moet doen, is met Mij meegaan en de mensen vertellen dat God van hen houdt." Weer iemand anders zei: "Here, ik zal U volgen. Maar mag ik eerst naar huis gaan om afscheid te nemen van mijn familie?" Jezus antwoordde: "Wie zich laat afhouden van het werk dat Ik hem te doen geef, is niet geschikt voor het Koninkrijk van God."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

23 juni 2019 Lukas 9:57-58
22 juni 2019 Lukas 9:51-56
21 juni 2019 Lukas 9:49-50
20 juni 2019 Lukas 9:47-48
19 juni 2019 Lukas 9:46
18 juni 2019 Lukas 9:43-45
17 juni 2019 Lukas 9:43
 

Home