Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Dinsdag 18 juni 2019

 

Lukas 9:43-45

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En zij werden allen verslagen over de grootdadigheid Gods. En als zij allen zich verwonderden over al de dingen, die Jezus gedaan had, zeide Hij tot Zijn discipelen: Legt gij deze woorden in uw oren: Want de Zoon des mensen zal overgeleverd worden in der mensen handen. Maar zij verstonden dit woord niet, en het was voor hen verborgen, alzo dat zij het niet begrepen; en zij vreesden van dat woord Hem te vragen."

"Iedereen was onder de indruk van de grootheid van God. Toen iedereen zo verwonderd stond over wat hij allemaal deed, zei Jezus tegen zijn leerlingen: 'Onthoud deze woorden goed: de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de mensen.' Maar zij begrepen die woorden niet. Ze konden zich niet voorstellen wat hij bedoelde. Maar ze durfden hem hierover ook niet om uitleg te vragen."

"Allen waren met stomheid geslagen vanwege de grootheid van God. Terwijl iedereen nog onder de indruk was van zijn daden, zei Jezus tegen zijn leerlingen: 'Onthoud wat ik tegen jullie zeg: de Mensenzoon zal aan de mensen uitgeleverd worden.' Maar ze begrepen deze uitspraak niet; de betekenis bleef voor hen verborgen, en ze durfden hem niet naar de zin van die uitspraak te vragen."

"Allen waren met stomheid geslagen vanwege de grootheid van God. Terwijl iedereen nog onder de indruk was van zijn daden, zei Jezus tegen zijn leerlingen: 'Onthoud wat ik tegen jullie zeg: de Mensenzoon zal aan de mensen uitgeleverd worden.' Maar ze begrepen deze uitspraak niet; de betekenis bleef voor hen verborgen, en ze durfden hem niet naar de zin van die uitspraak te vragen."

"Bij het zien van de macht van God werden de mensen met ontzag vervuld. Terwijl iedereen nog een en al verbazing was over alles wat Hij deed, zei Jezus tegen Zijn discipelen: "Onthoud dit goed: Binnenkort zal Ik verraden worden en in handen van de mensen vallen." Maar de discipelen begrepen niet wat Hij ermee bedoelde. Het was hun een raadsel. Toch durfden zij Hem er niet naar te vragen."

 

Overdenking van vandaag:

Op dit moment van glorie in zijn dienen - Jezus heeft net een verandering ondergaan, heeft zijn genezende kracht getoond en wordt geprezen - herinnert Jezus zijn discipelen dat verraad en ontrouw op de loer liggen. Hoewel zij het niet konden begrijpen, zouden ze het kunnen onthouden.  

Falen, zelfs verschrikkelijk en kolossaal falen, van de kant van degenen die ons dierbaar zijn, is altijd een mogelijkheid. Wij zijn gebrekkige mensen die elkaar vaak in de steek laten. We moeten niet toestaan dat de totale mislukking van degenen die we bewonderen, ons geloof vernietigt.  

Jezus waarschuwde zijn leerlingen dat zijn verraad en dood eraan kwam en ook al konden ze het niet begrijpen, ze konden het onthouden en niet vernietigd worden in hun geloof. We mogen ook niet worden vernietigd door zulke dingen.

 

Gebed:

Vader, het falen van degenen die ik lief heb en die ik vertrouw doet mij heel erg pijn. Laat dit mij alstublieft niet weghouden van de vreugde die u mij gegeven hebt in christelijke broederschap en de hoop die ik in u heb. Help me te onthouden dat veel van Jezus' grootste dienaren één of andere keer gefaald hebben, en verlost werden en krachtig gebruikt door u. In Jezus' naam bid ik tot u. Amen.

 

Contekst: Lukas 9:43-50

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En zij werden allen verslagen over de grootdadigheid Gods. En als zij allen zich verwonderden over al de dingen, die Jezus gedaan had, zeide Hij tot Zijn discipelen: Legt gij deze woorden in uw oren: Want de Zoon des mensen zal overgeleverd worden in der mensen handen. Maar zij verstonden dit woord niet, en het was voor hen verborgen, alzo dat zij het niet begrepen; en zij vreesden van dat woord Hem te vragen. En er rees een overlegging onder hen, namelijk, wie van hen de meeste ware. Maar Jezus, ziende de overlegging hunner harten, nam een kindeken, en stelde dat bij Zich; En zeide tot hen: Zo wie dit kindeken ontvangen zal in Mijn Naam, die ontvangt Mij; en zo wie Mij ontvangen zal, ontvangt Hem, Die Mij gezonden heeft. Want die de minste onder u allen is, die zal groot zijn. En Johannes antwoordde en zeide: Meester! wij hebben een gezien, die in Uw Naam de duivelen uitwierp, en wij hebben het hem verboden, omdat hij U met ons niet volgt. En Jezus zeide tot hem: Verbied het niet; want wie tegen ons niet is, die is voor ons."

"Iedereen was onder de indruk van de grootheid van God. Toen iedereen zo verwonderd stond over wat hij allemaal deed, zei Jezus tegen zijn leerlingen: 'Onthoud deze woorden goed: de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de mensen.' Maar zij begrepen die woorden niet. Ze konden zich niet voorstellen wat hij bedoelde. Maar ze durfden hem hierover ook niet om uitleg te vragen. Onder de leerlingen ontstond onenigheid over de vraag wie van hen de belangrijkste was. Jezus, die wist wat er in hen omging, nam een kind bij de hand en liet het naast zich staan. 'Wie in mijn naam dit kind opneemt, neemt mij op,' zei hij, 'en wie mij opneemt, neemt hem op die mij gezonden heeft. Want de minste van jullie, die is de belangrijkste.' 'Meester,' zei Johannes, 'we zagen iemand die onder het aanroepen van uw naam demonen uitdreef. We hebben geprobeerd het hem te verhinderen, omdat hij zich niet bij ons heeft aangesloten.' 'Leg hem niets in de weg,' antwoordde Jezus, 'want wie niet tegen jullie is, is vóór jullie.'"

"En allen stonden verslagen over de majesteit Gods. Toen allen zich verwonderden over alles, wat Hij deed, zeide Hij tot zijn discipelen: Legt gij deze woorden in uw oren, want de Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen. Maar zij begrepen dit woord niet en het was voor hen verborgen, zodat zij het niet verstonden. En zij durfden Hem niet naar dit woord vragen. Er kwam ook een overlegging bij hen op, wie van hen de meeste was. Maar Jezus kende de overlegging van hun hart, en Hij nam een kind en plaatste dat bij Zich, en Hij zeide tot hen: Een ieder, die dit kind ontvangt in mijn naam, ontvangt Mij: en een ieder, die Mij ontvangt, ontvangt Hem, die Mij gezonden heeft. Want wie onder u allen de minste is, die is groot. Johannes antwoordde en zeide: Meester, wij hebben iemand in uw naam boze geesten zien uitdrijven en wij wilden het hem beletten, omdat hij niet met ons U volgt. Jezus zeide tot hem: Belet het niet, want wie niet tegen u is, is voor u."

"Allen waren met stomheid geslagen vanwege de grootheid van God. Terwijl iedereen nog onder de indruk was van zijn daden, zei Jezus tegen zijn leerlingen: 'Onthoud wat ik tegen jullie zeg: de Mensenzoon zal aan de mensen uitgeleverd worden.' Maar ze begrepen deze uitspraak niet; de betekenis bleef voor hen verborgen, en ze durfden hem niet naar de zin van die uitspraak te vragen. Ze begonnen onderling te redetwisten over wie van hen de belangrijkste was. Jezus merkte wat hen bezighield en hij nam een kind bij zich, dat hij naast zich neerzette. Hij zei tegen hen: 'Wie dit kind in mijn naam bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt hem op die mij gezonden heeft. Want wie de kleinste onder jullie allen is, die is werkelijk groot.' Daarop zei Johannes: 'Meester, we hebben iemand gezien die in uw naam demonen uitdreef en we hebben geprobeerd hem dat te beletten, omdat hij u niet samen met ons volgt.' Jezus zei tegen hem: 'Verhinder het niet! Want wie niet tegen jullie is, is voor jullie.'"

"Bij het zien van de macht van God werden de mensen met ontzag vervuld. Terwijl iedereen nog een en al verbazing was over alles wat Hij deed, zei Jezus tegen Zijn discipelen: "Onthoud dit goed: Binnenkort zal Ik verraden worden en in handen van de mensen vallen." Maar de discipelen begrepen niet wat Hij ermee bedoelde. Het was hun een raadsel. Toch durfden zij Hem er niet naar te vragen. Zij begonnen zich af te vragen wie van hen de belangrijkste was. Jezus wist wel wat er in hen omging en liet een kind bij Zich komen. "Luister," zei Hij. "Wie zo'n kind namens Mij met open armen ontvangt, ontvangt Mij. En wie Mij ontvangt, ontvangt God Die Mij gestuurd heeft. Want wie het meest nederig is, is pas werkelijk groot." Johannes, één van de discipelen, zei: "Meester, wij hebben iemand gezien die Uw naam gebruikte om boze geesten weg te jagen. Wij hebben het hem verboden. Hij hoort immers niet bij ons?" Jezus antwoordde: "Dat hadden jullie niet mogen doen. Want wie niet tegen ons is, is voor ons."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

17 juni 2019 Lukas 9:43
16 juni 2019 Lukas 9:37-43
15 juni 2019 Lukas 9:35-36
14 juni 2019 Lukas 9:32-34
13 juni 2019 Lukas 9:28-31
12 juni 2019 Lukas 9:26-27
11 juni 2019 Lukas 9:24-25
 

Home