Woensdag 12 april 2023
Lukas 6:37
"En oordeelt niet, en gij zult niet geoordeeld worden; verdoemt niet, en gij zult niet verdoemd worden; laat los, en gij zult losgelaten worden."
"'Oordeel niet en er zal niet over u geoordeeld worden; veroordeel niet en u zult niet veroordeeld worden; vergeef en u zal worden vergeven."
"Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Vergeef, dan zal je vergeven worden."
"Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Vergeef, dan zal je vergeven worden."
"Heb net zoveel liefde en medeleven als uw hemelse Vader. Veroordeel niemand; want anders komt het op uw eigen hoofd terecht. Neem niemand iets kwalijk. Dan zal ook u niets kwalijk worden genomen."
Overdenking van vandaag:
Jezus spreekt niet hypothetisch. Hij heeft het over een probleem dat de mensheid voor eeuwen geplaagd heeft. God wil niet dat we de motieven van anderen veroordelen. Alleen hij kan in iemands hart zien. Hij verafschuwt de al te menselijke praktijk van het beoordelen van elkaars intenties en daden. Wij hebben het recht niet om Gods dienaar te oordelen! Als de acties van iemand goed en vriendelijk zijn, horen we ze te aanvaarden als echt. We horen anderen niet te oordelen.
Jezus herinnert ons eraan dat de geest van oordeel waarmee we met anderen omgaan ook de geest van oordeel zal zijn en de maatstaf wordt voor hoe anderen ons zullen beoordelen. In plaats daarvan horen we een vergevingsgezind volk te zijn omdat we de veranderende macht van Gods vergeving kennen!
Gebed:
Vader van glorie, ik wil opzettelijk en in het bijzonder bidden voor de vergeving van degenen die mij onrecht hebben gedaan, die mij misbruikten, die mij gekwetst hebben en/of diegenen die ik lief heb. Ontvang alstublieft met genade elke naam die ik u breng en reken hen hun overtredingen niet toe. In de naam van Jezus bid ik. Amen.
Contekst: Lukas 6:37-42
"En oordeelt niet, en gij zult niet geoordeeld worden; verdoemt niet, en gij zult niet verdoemd worden; laat los, en gij zult losgelaten worden. Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, neergedrukte, en geschudde en overlopende maat zal men in uw schoot geven; want met dezelfde maat, waarmede gijlieden meet, zal ulieden wedergemeten worden. En Hij zeide tot hen een gelijkenis: Kan ook wel een blinde een blinde op den weg leiden? Zullen zij niet beiden in de gracht vallen? De discipel is niet boven zijn meester; maar een iegelijk volmaakt [discipel] zal zijn gelijk zijn meester. En wat ziet gij den splinter, die in uws broeders oog is, en den balk, die in uw eigen oog is, merkt gij niet? Of hoe kunt gij tot uw broeder zeggen: Broeder, laat toe, dat ik den splinter, die in uw oog is, uitdoe; daar gij zelf den balk, die in uw oog is, niet ziet? Gij geveinsde! doe eerst den balk uit uw oog, en dan zult gij bezien, om den splinter uit te doen, die in uws broeders oog is."
"'Oordeel niet en er zal niet over u geoordeeld worden; veroordeel niet en u zult niet veroordeeld worden; vergeef en u zal worden vergeven. Geef en u zal gegeven worden; een goede, aangedrukte en geschudde, ja, overlopende maat wordt in uw schoot geworpen! Want de maat die u voor anderen gebruikt, zal God voor u gebruiken.' Ook vertelde hij deze gelijkenis: 'Kan de ene blinde de andere leiden? Vallen ze dan niet allebei in een kuil? Een leerling staat niet boven zijn meester. Maar als hij volleerd is, dan is hij gelijk aan zijn meester. Wat kijkt u naar de splinter in het oog van uw broeder en de balk in uw eigen oog merkt u niet! Hoe kunt u tegen uw broeder zeggen: Laat mij die splinter eens uit uw oog halen, terwijl u de balk in uw eigen oog niet ziet! Huichelaar die u bent! Verwijder eerst die balk uit uw eigen oog, dan ziet u pas scherp genoeg om de splinter uit het oog van de ander te halen.'"
"En oordeelt niet en gij zult niet geoordeeld worden. En veroordeelt niet en gij zult niet veroordeeld worden; laat los en gij zult losgelaten worden. Geeft en u zal gegeven worden: een goede, gedrukte, geschudde, overlopende maat zal men in uw schoot geven. Want met de maat, waarmede gij meet, zal u wedergemeten worden. Hij sprak ook een gelijkenis tot hen: Kan een blinde een blinde geleiden? Zullen zij niet beiden in een put vallen? Een discipel staat niet boven zijn meester, maar al wie volleerd is, zal zijn als zijn meester. Wat ziet gij de splinter in het oog van uw broeder, maar de balk in uw eigen oog bemerkt gij niet? Hoe kunt gij tot uw broeder zeggen: Broeder, laat mij de splinter, die in uw oog is, wegdoen, terwijl gij de balk, die in uw eigen oog is, niet ziet? Huichelaar, doe eerst de balk weg uit uw oog en dan zult gij scherp kunnen zien om de splinter in het oog van uw broeder weg te doen."
"Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Vergeef, dan zal je vergeven worden. Geef, dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.' Hij sprak ook in gelijkenissen tegen hen: 'Kan de ene blinde de andere blinde leiden? Vallen ze dan niet beiden in een kuil? Een leerling staat niet boven zijn leermeester; pas als iemand zich alles heeft eigen gemaakt, zal hij de gelijke zijn van zijn leermeester. Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt? Hoe kun je tegen hen zeggen: "Laat mij de splinter in je oog verwijderen, "terwijl je de balk in je eigen oog niet ziet? Huichelaar, verwijder eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zul je scherp genoeg zien om de splinter in het oog van je broeder of zuster te verwijderen."
" Geef veel en u zult veel terugkrijgen, meer dan overvloedig. Want wie veel geeft, zal veel krijgen. En wie weinig geeft, zal weinig krijgen." Jezus maakte een en ander duidelijk met een paar voorbeelden: "De ene blinde kan de andere blinde niet leiden. Want als de één in een kuil valt, trekt hij de ander mee. Hoe kan een leerling nu meer weten dan zijn leraar? Als hij alles van hem heeft geleerd, is hij hoogstens gelijk aan zijn leraar. Waarom maakt u zich druk over de splinter in het oog van een ander terwijl in uw eigen oog een balk zit? Hoe durft u te zeggen: 'Kom, ik zal die splinter wel even uit uw oog halen', terwijl u de balk in uw eigen oog niet eens ziet? Huichelaar! Haal eerst die balk uit uw eigen oog. Dan ziet u misschien scherp genoeg om die splinter uit het oog van de ander te halen."
Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels
Vorige Wat Jezus Deed
11 april 2023 | Lukas 6:36 |
10 april 2023 | Lukas 6:35 |
9 april 2023 | Lukas 6:33-34 |
8 april 2023 | Lukas 6:32 |
7 april 2023 | Lukas 6:31 |
6 april 2023 | Lukas 6:30 |
5 april 2023 | Lukas 6:29 |
← Home