Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Dinsdag 17 oktober 2017

 

MatthŽus 22:15-16

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Toen gingen de Farizeen heen, en hielden te zamen raad, hoe zij Hem verstrikken zouden in [Zijn] rede. En zij zonden uit tot Hem hun discipelen, met de Herodianen, zeggende: Meester! wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en den weg Gods in der waarheid leert, en naar niemand vraagt; want Gij ziet den persoon der mensen niet aan;"

"De FarizeeŽn gingen weg en overlegden met elkaar hoe ze Jezus met een strikvraag konden vangen. Ze stuurden hun leerlingen en een paar aanhangers van de Herodiaanse partij naar hem toe. 'Meester,' zeiden zij, 'wij weten dat u eerlijk bent en echt leert wat God van ons wil. Het doet u niets wat men van u denkt, want u ziet niemand naar de ogen."

"Nu trokken de FarizeeŽn zich terug om zich erop te beraden hoe ze hem met een uitspraak in de val konden lokken. Ze stuurden enkele van hun leerlingen samen met een aantal Herodianen naar hem toe, met de vraag: 'Meester, wij weten dat u oprecht bent en in alle oprechtheid onderricht geeft over de weg van God. We weten dat u zich aan niemand iets gelegen laat liggen, u kijkt immers niemand naar de ogen."

"Nu trokken de FarizeeŽn zich terug om zich erop te beraden hoe ze hem met een uitspraak in de val konden lokken. Ze stuurden enkele van hun leerlingen samen met een aantal Herodianen naar hem toe, met de vraag: 'Meester, wij weten dat u oprecht bent en in alle oprechtheid onderricht geeft over de weg van God. We weten dat u zich aan niemand iets gelegen laat liggen, u kijkt immers niemand naar de ogen."

"De FarizeeŽrs gingen weg om te overleggen hoe zij Jezus op een woord zouden kunnen vangen. Zij kwamen tot een besluit en stuurden een paar van hun leerlingen met enkele aanhangers van Herodes naar Hem toe met een vraag. "Meester, wij weten dat U eerlijk bent. U vertelt de waarheid over de weg naar God. U trekt zich niets aan van wat de mensen denken."

 

Overdenking van vandaag:

De FarizeeŽn en volgelingen van Herodes waren kwade vijanden. Haat kan zorgen voor vreemde partnerschappen! Maar het doel van deze partnerschap was niet de waarheid. Ze probeerden een val te zetten voor Jezus.  

De knapste koppen, die bekend waren met de argumenten en die de macht hadden om de Romeinse heersers te dwingen, hadden de krachten gebundeld om Jezus neer te halen. Maar ze wilden dit doen door hem pijnlijk te beschamen voor de menigte. Maar wat denk je? Het werkte niet. Het gaf terugslag.  

In tegenstelling tot de leiders van het Joodse volk, was Jezus niet bang voor de menigten of de waarheid. Terwijl hun motief verraad is, spreken ze de waarheid over Jezus, ook al is het met samengeknepen tanden van afgunst en haat. Ze vertellen Jezus: "U bent eerlijk. U leert de waarheid over de weg van God. U bent niet bang voor wat andere mensen over u zeggen. U geeft geen aandacht aan de sociale positie van een persoon."  

Wow! Met zulke complimenten van zijn vijanden, wat kan hij verwachten van zijn vrienden en volgelingen! Ooit hoop ik dat wat er gezegd is over hem, kan worden gezegd over mij en mijn trouw aan hem.

 

Gebed:

Heilige en waarachtige God, de Almachtige, geef me alstublieft de moed om uw waarheid te spreken in elke situatie. Help me alstublieft minder bewust te zijn van het belang en de rang van een persoon en meer betrokken te zijn met het verkondigen van uw waarheid aan die persoon, uw waarheid die bekend gemaakt moet worden. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: MatthŽus 22:15-33

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Toen gingen de Farizeen heen, en hielden te zamen raad, hoe zij Hem verstrikken zouden in [Zijn] rede. En zij zonden uit tot Hem hun discipelen, met de Herodianen, zeggende: Meester! wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en den weg Gods in der waarheid leert, en naar niemand vraagt; want Gij ziet den persoon der mensen niet aan; Zeg ons dan: wat dunkt U? Is het geoorloofd, den keizer schatting te geven of niet? Maar Jezus, bekennende hun boosheid, zeide: Gij geveinsden, wat verzoekt gij Mij? Toont Mij de schattingpenning. En zij brachten Hem een penning. En Hij zeide tot hen: Wiens is dit beeld en het opschrift? Zij zeiden tot Hem: Des keizers. Toen zeide Hij tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is. En zij, dit horende, verwonderden zich, en Hem verlatende, zijn zij weggegaan. Te dienzelfden dage kwamen tot Hem de Sadduceen, die zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem. Zeggende: Meester! Mozes heeft gezegd: Indien iemand sterft, geen kinderen hebbende, zo zal zijn broeder deszelfs vrouw trouwen, en zijn broeder zaad verwekken. Nu waren er bij ons zeven broeders; en de eerste, [een] [vrouw] getrouwd hebbende, stierf; en dewijl hij geen zaad had, zo liet hij zijn vrouw voor zijn broeder. Desgelijks ook de tweede, en de derde, tot den zevende toe. Ten laatste na allen, is ook de vrouw gestorven. In de opstanding dan, wiens vrouw zal zij wezen van die zeven, want zij hebben ze allen gehad? Maar Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gij dwaalt, niet wetende de Schriften, noch de kracht Gods. Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in den hemel. En wat aangaat de opstanding der doden, hebt gij niet gelezen, hetgeen van God tot ulieden gesproken is, Die daar zegt: Ik ben de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs! God is niet een God der doden, maar der levenden. En de scharen, [dit] horende, werden verslagen over Zijn leer."

"De FarizeeŽn gingen weg en overlegden met elkaar hoe ze Jezus met een strikvraag konden vangen. Ze stuurden hun leerlingen en een paar aanhangers van de Herodiaanse partij naar hem toe. 'Meester,' zeiden zij, 'wij weten dat u eerlijk bent en echt leert wat God van ons wil. Het doet u niets wat men van u denkt, want u ziet niemand naar de ogen. Zeg ons dus wat u vindt: mogen wij aan de keizer belasting betalen, of niet?' Maar Jezus kende hun slechtheid en zei: 'Waarom wilt u mij in de val laten lopen, huichelaars? Laat me eens een belastingpenning zien.' Ze gaven hem een Romeinse munt. 'Van wie zijn die afbeelding en dat opschrift?' vroeg hij. 'Van de keizer,' antwoordden ze. 'Geef dan de keizer wat de keizer toekomt, en God wat God toekomt.' Verbaasd over dat antwoord, lieten ze hem met rust en gingen weg. Diezelfde dag kwamen de SadduceeŽn naar Jezus toe. Zij beweren dat er geen opstanding is. 'Meester,' zo begonnen ze hun vraag, 'Mozes zegt: Als iemand kinderloos sterft, moet zijn broer met de weduwe trouwen en voor nageslacht zorgen voor zijn broer. Nu waren er bij ons zeven broers. De eerste trouwde maar stierf kinderloos en liet zijn vrouw na aan zijn broer. De tweede overkwam hetzelfde als de eerste, en zo ging het ook met de derde tot en met de zevende. Tenslotte stierf de vrouw. Van wie zal zij nu de vrouw zijn na de opstanding? Want zij is van alle zeven de vrouw geweest!' 'U begrijpt er niets van,' antwoordde Jezus hun, 'omdat u de Schrift niet kent en ook de macht van God niet. Wanneer de mensen uit de dood opstaan, trouwen mannen en vrouwen niet met elkaar, maar zijn ze als de engelen in de hemel. En wat de opstanding van de doden betreft: hebt u het verhaal niet gelezen waarin God tegen u zegt: Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob? Hij is geen God van doden maar van levenden!' Toen de mensen dat hoorden, waren ze diep onder de indruk van wat hij hun leerde."

"Toen gingen de Farizeeen heen en beraadslaagden, hoe zij Hem in een strikvraag konden vangen. En zij zonden tot Hem hun leerlingen, met de Herodianen, die zeiden: Meester, wij weten, dat Gij waarachtig zijt en de weg Gods in waarheid leert en dat Gij U aan niemand stoort; want Gij ziet de mensen niet naar de ogen. Zeg ons dan, wat dunkt U? Is het geoorloofd de keizer belasting te betalen of niet? Doch Jezus doorzag hun valsheid en zeide: Wat verzoekt gij Mij, huichelaars? Toont Mij het geldstuk voor de belasting. Zij brachten Hem een schelling. En Hij zeide tot hen: Wiens beeldenaar en opschrift is dit? Zij zeiden: Van de keizer. Toen zeide Hij tot hen: Geeft dan de keizer wat des keizers is, en Gode wat Gods is. Toen zij dit hoorden, verwonderden zij zich en zij lieten Hem verder ongemoeid en gingen weg. Op die dag kwamen enige Sadduceeen tot Hem, die beweren, dat er geen opstanding is, en zij ondervroegen Hem, en zij zeiden: Meester, Mozes heeft gezegd, indien iemand sterft zonder kinderen, zal zijn broeder diens vrouw trouwen en voor zijn broeder nakomelingschap verwekken. Nu waren er bij ons zeven broeders. En de eerste huwde en stierf daarop, en daar hij geen nakomelingschap had, liet hij zijn vrouw na aan zijn broeder. Eveneens de tweede en de derde tot de zevende toe. Het laatst van allen stierf de vrouw. Van wie van de zeven zal zij dan in de opstanding de vrouw zijn? Want allen hebben haar tot vrouw gehad. Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gij dwaalt, want gij kent de Schriften niet noch de kracht Gods. Immers, in de opstanding huwen zij niet en worden zij niet ten huwelijk genomen, maar zij zijn als engelen in de hemel. Wat nu de opstanding der doden betreft, hebt gij niet gelezen, wat door God tot u gesproken is, toen Hij zeide: Ik ben de God van Abraham, en de God van Isaak, en de God van Jakob? Hij is niet een God van doden, maar van levenden. En de scharen, die dat hoorden, stonden versteld over zijn leer."

"Nu trokken de FarizeeŽn zich terug om zich erop te beraden hoe ze hem met een uitspraak in de val konden lokken. Ze stuurden enkele van hun leerlingen samen met een aantal Herodianen naar hem toe, met de vraag: 'Meester, wij weten dat u oprecht bent en in alle oprechtheid onderricht geeft over de weg van God. We weten dat u zich aan niemand iets gelegen laat liggen, u kijkt immers niemand naar de ogen. Zeg ons daarom wat u vindt: is het toegestaan de keizer belasting te betalen of niet?' Maar Jezus had hun boze opzet door en zei: 'Waarom stelt u me op de proef, huichelaars? Laat me de belastingmunt zien.' Ze reikten hem een denarie aan. Hij vroeg hun: 'Van wie is dit een afbeelding en van wie is het opschrift?' Ze antwoordden: 'Van de keizer.' Daarop zei hij tegen hen: 'Geef dan wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.' Ze waren zeer verbaasd toen ze dit hoorden. Ze lieten hem staan en gingen weg. Diezelfde dag kwamen er SadduceeŽn, die beweren dat er geen opstanding uit de dood is, naar hem toe. Ze stelden hem deze vraag: 'Meester, Mozes heeft gezegd: "Indien iemand kinderloos sterft, moet zijn broer met de weduwe trouwen omdat hij haar zwager is, en voor zijn broer nakomelingen verwekken." Nu kennen wij een geval met zeven broers. De eerste trouwde, maar stierf kinderloos en liet zijn vrouw na aan zijn broer. Hetzelfde gebeurde met de tweede en de derde broer, tot aan de zevende toe. Het laatst van allen stierf de vrouw. Wiens vrouw zal zij dan bij de opstanding zijn? Alle zeven zijn ze immers met haar getrouwd geweest.' Jezus gaf hun ten antwoord: 'U dwaalt, blijkbaar kent u de Schriften niet, en de macht van God evenmin! Want bij de opstanding trouwen de mensen niet en worden ze niet uitgehuwelijkt, ze zijn dan als engelen in de hemel. Hebt u niet gelezen wat God u over de opstanding van de doden heeft gezegd? Dit is wat hij zei: "Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob." Hij is geen God van doden, maar van levenden.' Toen de talrijke omstanders dit hoorden, stonden ze versteld over zijn onderricht."

"De FarizeeŽrs gingen weg om te overleggen hoe zij Jezus op een woord zouden kunnen vangen. Zij kwamen tot een besluit en stuurden een paar van hun leerlingen met enkele aanhangers van Herodes naar Hem toe met een vraag. "Meester, wij weten dat U eerlijk bent. U vertelt de waarheid over de weg naar God. U trekt zich niets aan van wat de mensen denken. Nu hebben wij een vraag: Is het wel of niet goed om aan de Romeinse keizer belasting te betalen?" Maar Jezus had hen wel door. "Stelletje huichelaars!" zei Hij. "Waarom proberen jullie altijd Mij erin te laten lopen? Geef Mij eens een geldstuk." Zij gaven Hem er ťťn. Hij vroeg hun: "Wiens portret en opschrift staan erop?" "Van de keizer," antwoordden zij. "Wel," zei Hij, "geef dan aan de keizer wat van de keizer is en aan God wat van God is." Daar hadden zij niet van terug. Verslagen dropen zij af. Nog diezelfde dag kwamen er enkele SadduceeŽrs naar Hem toe. De SadduceeŽrs beweerden dat de doden niet meer levend worden. Zij zeiden: "Meester, in ťťn van de boeken van Mozes staat dat als een man sterft zonder kinderen na te laten, zijn broer met de weduwe moet trouwen. Die kan er dan voor zorgen dat zijn overleden broer toch kinderen krijgt. Nu waren er bij ons eens zeven broers. De oudste broer trouwde en stierf. Omdat er geen kinderen waren, trouwde de tweede broer met de weduwe. Maar die stierf ook zonder kinderen. Dus trouwde de volgende broer met de weduwe. En zo ging het verder, tot de vrouw tenslotte met ieder van de zeven broers getrouwd was geweest. Tenslotte stierf zij ook. Hoe is het nu als de doden weer levend worden? Wie zal dan haar man zijn? Want zij is toch met alle zeven broers getrouwd geweest." Jezus antwoordde: "U denkt verkeerd. Dat komt omdat u de boeken van Mozes en de kracht van God niet kent. Want als de doden weer levend worden, is er geen sprake meer van trouwen. Dan zijn de mensen als engelen in de hemel. En wat het terugkomen uit de dood betreft, beseft u niet dat God tegen u sprak, toen Hij zei: 'Ik ben de God van Abraham, de God van Isašk en de God van Jakob!' Daaruit blijkt dat Hij niet een God van doden is, maar van levenden." Iedereen was diep onder de indruk van Zijn inzicht."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

16 oktober 2017 MatthŽus 22:11-14
15 oktober 2017 MatthŽus 22:7-10
14 oktober 2017 MatthŽus 22:5-6
13 oktober 2017 MatthŽus 22:1-4
12 oktober 2017 MatthŽus 21:45-46
11 oktober 2017 MatthŽus 21:42-44
10 oktober 2017 MatthŽus 21:40-41
 

Home