Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Christelijke Overdenking

Zondag 4 maart 2018

 

Jozua 1:9

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Heb Ik het u niet bevolen? wees sterk en heb goeden moed, en verschrik niet, en ontzet u niet; want de HEERE, uw God, is met u alom, waar gij heengaat." (Joz 1:9 STV)

"Vergeet niet wat ik je opgedragen heb: wees vastberaden en moedig! Laat je niet uit het veld slaan, laat je geen schrik aanjagen. Want ik, de Heer, je God, zal je helpen bij alles wat je onderneemt.'"

"Heb Ik u niet geboden: wees sterk en moedig? Sidder niet en word niet verschrikt, want de HERE, uw God, is met u, overal waar gij gaat."

"Ik gebied je dus: wees vastberaden en standvastig, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want waar je ook gaat, de HEER, je God, staat je bij.'"

"Ja, wees moedig en sterk! Ban angst en twijfel uit uw hart. Onthoud dat de HERE, uw God, u overal terzijde zal staan."

 

Overdenking van vandaag:

Nooit alleen! Wat een belofte. God zal gaan met hem, en ons, door alle seizoenen van het leven, door al onze ups en downs, door verleidingen en overwinningen, zelfs door de dood (vgl. Psalm 139). Dus kunnen we de moed nemen en zijn kracht voelen. We zijn niet alleen!

 

Gebed:

God die is en was en komen zal, dank u dat u er bent en blijft wanneer alle anderen zich onttrekken en verlaten. U bent de enige die constant in mijn leven is, een leven zo vol van veranderingen. Help me meer standvastig en trouw te worden in mijn verplichtingen en relaties ter ere van u en om meer over u te leren. Door Jezus bid ik. Amen.

 

Lees deze overdenking in:
- Engels
- Spaans
- Portugees

 

Vorige Overdenkingen

3 maart 2018 Jesaja 55:8-9
2 maart 2018 Job 23:10-11
1 maart 2018 Psalm 73:25-26
28 februari 2018 2 Timothëus 1:7
27 februari 2018 1 Johannes 3:18
26 februari 2018 1 Johannes 4:9
25 februari 2018 Matthëus 22:37-39
 

Home